Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) 2026: €1.534.500 vrijstelling + alles wat veranderde

3 mei 2026 · 18 min leestijd

Bedrijfsopvolgingsregeling 2026: waarom dit het belangrijkste fiscale instrument voor BV-overdracht is

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) is de fiscale faciliteit die het mogelijk maakt om een onderneming — typisch een BV met holding-structuur — bij schenking of erfenis grotendeels onbelast over te dragen aan een opvolger. Zonder BOR zou over de waarde van het ondernemingsvermogen 10% tot 40% schenk- of erfbelasting verschuldigd zijn. Met BOR is dat tot €1.534.500 zelfs 100% vrijgesteld, en 75% over al het meerdere.

Voor 2026 zijn er belangrijke wijzigingen ingegaan na de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025, gefaseerd uitgerold over 2024, 2025 en 2026:

- Vrijstelling tot €1.534.500 (geïndexeerd vanaf €1.500.000 in 2025) — 100% - Vrijstelling boven €1.534.500 — 75% (was 70% in 2025, was 83% pre-2025) - Voortzettingseis verkort van 5 naar 3 jaar per 2025 — gunstige wijziging - Beleggingsvermogen-toets aangescherpt voor activa ≥€100.000 met <90% zakelijk gebruik - Verhuurde onroerende zaken: minus hypotheekschuld voor BOR-grondslag - Anti-misbruik: BOR maar 1x per onderneming - Per 2026: alleen "gewone aandelen" kwalificeren (preferente aandelen uitgesloten behalve onder strikte voorwaarden)

Voor een DGA met een holding-werkmaatschappij-structuur en een opvolger in beeld is BOR het verschil tussen een belastingvrije overdracht en een belastingaanslag van enkele honderdduizenden euro's.

De vrijstelling in 2026: hoe de €1.534.500 + 75%-rekensom werkt

De BOR-vrijstelling werkt in twee schijven over de waarde van het ondernemingsvermogen:

| Schijf | Waarde | Vrijstelling | |---|---|---| | Eerste schijf | tot €1.534.500 | 100% | | Tweede schijf | boven €1.534.500 | 75% |

Rekenvoorbeeld 1 — kleine BV-overdracht (€800.000 ondernemingsvermogen): - Eerste schijf: €800.000 × 100% = €800.000 vrijgesteld - Belastbare grondslag: €0 - Schenkbelasting: €0

Rekenvoorbeeld 2 — gemiddelde holding (€2.000.000 ondernemingsvermogen): - Eerste schijf: €1.534.500 × 100% = €1.534.500 vrijgesteld - Tweede schijf: €465.500 × 75% = €349.125 vrijgesteld - Belastbare grondslag: €465.500 − €349.125 = €116.375 - Schenkbelasting (kind, hoogste schijf 20%): ~€23.275

Rekenvoorbeeld 3 — grote onderneming (€10.000.000 ondernemingsvermogen): - Eerste schijf: €1.534.500 × 100% = €1.534.500 vrijgesteld - Tweede schijf: €8.465.500 × 75% = €6.349.125 vrijgesteld - Belastbare grondslag: €8.465.500 − €6.349.125 = €2.116.375 - Schenkbelasting (kind, 20%): ~€423.275

Vergelijking zonder BOR voor scenario 3: - Volledige €10M wordt belast met schenkbelasting - Schenkbelasting (kind, 20%): ~€2.000.000 - BOR-besparing: €1.576.725 voor deze ene transactie

De vrijstelling geldt zowel bij schenking tijdens leven als bij erfenis. De waarde wordt bepaald op het moment van overdracht (going concern) en kan onder voorwaarden over 10 jaar in termijnen worden voldaan (artikel 25 lid 12 Iw 1990).

Wat telt als "ondernemingsvermogen" — en wat valt eruit

De BOR is alleen van toepassing op ondernemingsvermogen, niet op beleggingsvermogen. Dit klinkt simpel maar is precies de plek waar de meeste BOR-correcties plaatsvinden bij Belastingdienst-controles.

Wat telt wel als ondernemingsvermogen: - Operationele activa: machines, voorraad, debiteuren, inventaris - Onroerende zaken die dienstbaar zijn aan de onderneming (eigen kantoor/bedrijfspand) - Voorraden, vorderingen, immaterieel actief (goodwill, IP) - Werkkapitaal, mits nodig voor de bedrijfsvoering

Wat telt niet als ondernemingsvermogen ("beleggingsvermogen"): - Banktegoeden boven het normale werkkapitaal - Beleggingen, effecten, cryptovaluta - Verhuurde onroerende zaken (zie aparte sectie hieronder) - Vorderingen op gelieerde partijen die niet zakelijk zijn - Privégebruik-deel van auto, fiets, kunstvoorwerpen

Aangescherpte beleggingsvermogen-toets per 2025: Als een actief tegelijk zakelijk én privé wordt gebruikt (bijvoorbeeld een auto, een vakantiehuis dat ook verhuurd wordt), kwalificeert het alleen als ondernemingsvermogen voor zover het daadwerkelijk in de onderneming wordt gebruikt — mits het actief minstens €100.000 waard is en minder dan 90% zakelijk gebruikt wordt. Beneden €100.000 of bij ≥90% zakelijk gebruik blijft de oude regel (alle of niets).

Praktijkvoorbeeld: een auto van €120.000 die voor 70% zakelijk en 30% privé gebruikt wordt, telt voor 70% × €120.000 = €84.000 als ondernemingsvermogen voor de BOR. De resterende €36.000 telt als beleggingsvermogen (geen BOR).

Dit raakt vooral DGA's met luxe auto's, plezierjachten, of vakantiewoningen die "officieel zakelijk" op de balans staan maar deels privé worden gebruikt.

Verhuurde onroerende zaken: minus hypotheekschuld voor 2026

Een specifieke wijziging per 2026: voor verhuurde onroerende zaken wordt de waarde voor de BOR berekend als WOZ-waarde minus hypotheekschuld, niet meer alleen WOZ-waarde.

Voorbeeld: - BV bezit een verhuurd bedrijfspand met WOZ-waarde €1.500.000 - Hypotheekschuld op het pand: €600.000 - BOR-grondslag voor dit pand vóór 2026: €1.500.000 - BOR-grondslag voor dit pand vanaf 2026: €1.500.000 − €600.000 = €900.000

Deze wijziging is meestal gunstig voor de opvolger — een lagere BOR-grondslag betekent dat een groter deel van het ondernemingsvermogen onder de €1.534.500 100%-vrijstelling valt.

Maar let op: als het pand nog steeds als ondernemingsvermogen kwalificeert (dat is een aparte vraag — verhuur aan derden is meestal beleggingsvermogen, verhuur aan eigen werkmaatschappij is meestal ondernemingsvermogen). De combinatie van "ondernemingsvermogen-classificatie" + "WOZ minus hypotheek" maakt vastgoed-overdrachten in 2026 een fiscaal-strategisch onderwerp.

Praktische tip: verhuurd vastgoed dat als beleggingsvermogen kwalificeert kan vóór de bedrijfsoverdracht worden afgesplitst naar een aparte BV (juridische splitsing). Dat haalt het uit de BOR-grondslag en voorkomt dat de Belastingdienst de hele transactie aanmerkt als "deels beleggingsvermogen".

Bezitseis: 5 jaar voor schenker, 1 jaar voor erflater (+ AOW-aanscherping)

Om BOR te kunnen toepassen moet de schenker of erflater de onderneming vóór de overdracht voor een minimumperiode hebben bezeten:

- Schenking tijdens leven: schenker moet minimaal 5 jaar voor de schenking eigenaar zijn geweest van de aandelen of de onderneming - Erfenis (overlijden): erflater hoeft slechts 1 jaar voor het overlijden eigenaar te zijn geweest

Aanscherping per 2026 voor oudere schenkers: Voor een erflater die op het moment van overlijden de AOW-leeftijd plus 3 jaar heeft bereikt, geldt nu een verlengde bezitseis (ook bij overlijden, niet alleen bij schenking). Doel: voorkomen dat oudere mensen vlak voor overlijden snel een onderneming kopen om de erfgenamen BOR-voordeel te bezorgen.

Versoepeling per 2026 — herstructurering binnen bezitsperiode: Wijzigingen in de juridische structuur van de onderneming (juridische splitsing, fusie, aandelen-uitgifte, aandelen-inkoop) leiden vanaf 2026 niet meer tot een nieuwe bezitsperiode, mits de gerechtigdheid van de schenker of erflater niet wijzigt. Dit is een gunstige wijziging die holding-herstructureringen vóór een geplande overdracht eenvoudiger maakt.

Praktisch voorbeeld: een DGA met een werkmaatschappij wil deze in 2025 in een nieuwe holding inbrengen om in 2027 aan zijn zoon te schenken. Vóór 2026 zou de bezitseis vanaf de inbreng (2025) opnieuw beginnen → schenking pas BOR-waardig in 2030. Vanaf 2026 telt de eerdere bezitsperiode mee → schenking in 2027 is BOR-waardig zolang de gerechtigdheid hetzelfde blijft.

Deze wijziging betekent dat veel BV-ondernemers die voorheen "te laat" waren met herstructureren, alsnog kunnen optimaliseren.

Voortzettingseis verkort: van 5 naar 3 jaar per 2025 (groot voordeel)

Een van de gunstigste wijzigingen in de BOR-hervorming: de voortzettingseis is verkort van 5 naar 3 jaar per 1 januari 2025. Deze wijziging blijft in 2026 onverkort van kracht.

Wat houdt de voortzettingseis in? De opvolger moet de onderneming na de overdracht minimaal 3 jaar voortzetten. Verkoopt of beëindigt hij de onderneming binnen die periode, dan vervalt de BOR-vrijstelling met terugwerkende kracht en wordt alsnog schenkbelasting + rente geheven.

Wat telt als "voortzetten": - Aandelen blijven in bezit van de opvolger - De onderneming blijft operationeel actief - De activiteiten worden niet wezenlijk gewijzigd zonder commerciële reden

Wat telt als schending: - Verkoop van de aandelen binnen 3 jaar (boete: BOR vervalt) - Volledige bedrijfsbeëindiging - "Lege schil"-strategie waarbij de werkmaatschappij wordt uitgekleed

Wat MAG wel binnen de 3 jaar: - Personele wijzigingen, herstructurering operationeel - Verkoop van losse activa (mits vervangen of in normaal bedrijfsgebruik) - Dividenduitkeringen (mits binnen vrije reserves) - Juridische omzetting van werkmaatschappij naar holding (mits gerechtigdheid niet wijzigt)

Verkort voor wie matter? Vooral voor opvolgers in branches met snelle marktveranderingen — IT, e-commerce, consultancy. Een 5-jaar-voortzetting was voor veel jonge opvolgers een te lange commitment. 3 jaar is realistischer.

Aanmerkelijk belang: alleen "gewone aandelen" kwalificeren vanaf 2026

Per 1 januari 2026 is een nieuwe beperking ingegaan: BOR en DSR-ab gelden alleen voor gewone aandelen, niet voor preferente aandelen of cumulatief preferente aandelen.

Wat zijn "gewone aandelen"? - Aandelen met dividendrecht naar rato van het kapitaalbelang - Aandelen met stemrecht - Geen voorrang op winstuitkering of liquidatie-uitkering

Preferente aandelen — wat verandert er? Preferente aandelen geven typisch voorrang op winstdistributie of liquidatie-uitkering. Deze waren vroeger BOR-waardig maar vallen vanaf 2026 standaard buiten de regeling.

Uitzondering — gefaseerde bedrijfsopvolging: Preferente aandelen die zijn ontstaan in het kader van een gefaseerde bedrijfsopvolging blijven BOR-waardig, mits aan strikte voorwaarden wordt voldaan: - De preferente aandelen moeten zijn ontstaan uit een eerdere BOR- of DSR-overdracht - De voorwaarden moeten zakelijk zijn (geen verdoezeld vermogen) - Doel moet zakelijk zijn (overgang naar volgende generatie)

5%-eis: GEEN doorgang. Het kabinet had aangekondigd om voor BOR een minimum aanmerkelijk belang van 5% te eisen, maar deze maatregel is teruggetrokken omdat EU-goedkeuring uitbleef. Voor 2026 geldt nog steeds de oude 5%-grens van het aanmerkelijk belang in artikel 4.6 Wet IB 2001.

Praktische impact: veel familie-BV's gebruiken een holding-werkmaatschappij-structuur waarin sommige familieleden preferente aandelen hebben en andere gewone. Vanaf 2026 moet deze structuur worden geanalyseerd: wie krijgt welke aandelen, en valt elk pakket onder BOR? Vóór een overdracht: laat een fiscalist een aandelenanalyse maken.

BOR vs DSR-ab: welk regime past bij jouw overdracht?

Er bestaan twee fiscale faciliteiten voor bedrijfsopvolging die elkaar aanvullen:

1. Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) — vrijstelling van schenk- of erfbelasting (Successiewet) 2. Doorschuifregeling aanmerkelijk belang (DSR-ab) — uitstel van inkomstenbelasting in box 2 (Wet IB)

Hoe werken ze samen?

Bij overdracht van een aanmerkelijk belang ontstaan in beginsel twee belastingclaims:

- Schenk-/erfbelasting: geheven over de waarde van de overgedragen aandelen (Successiewet) → BOR vrijstelt deze - IB-claim in box 2: de DGA realiseert een fictieve vervreemding (artikel 4.16 Wet IB) → DSR-ab schuift deze door naar de opvolger

BOR-DSR-ab-combinatie typisch toegepast samen bij bedrijfsoverdrachten:

| Regeling | Belasting | Doel | Vereisten 2026 | |---|---|---|---| | BOR | Schenk-/erfbelasting | Vrijstelling tot 100% / 75% | Bezitseis 5/1 jaar + voortzettingseis 3 jaar + ondernemingsvermogen | | DSR-ab | Box 2 inkomstenbelasting | Uitstel naar opvolger | Materiële onderneming + gewone aandelen vanaf 2026 |

Wat doet de DSR-ab? Zonder DSR-ab moet de schenker direct 24,5% / 31% box 2 betalen over de meerwaarde van de aandelen op het moment van overdracht. Met DSR-ab schuift die belastingclaim door naar de opvolger en wordt pas geheven bij latere vervreemding door de opvolger.

Praktisch: bijna alle BOR-overdrachten worden gecombineerd met DSR-ab. Bijbehorende administratieve vereisten: aandeelverkrijgingsprijs van de opvolger wordt gelijk aan de oorspronkelijke verkrijgingsprijs van de schenker.

Wat verandert per 2026 voor DSR-ab? Net als BOR — alleen gewone aandelen kwalificeren. Preferente aandelen vallen buiten DSR-ab tenzij ze zijn ontstaan uit gefaseerde bedrijfsopvolging.

Anti-misbruik 2026: BOR maar één keer per onderneming

Een nieuwe anti-misbruikmaatregel per 2026: een onderneming kan maar één keer in zijn bestaan worden overgedragen onder de BOR.

Wat houdt dit in? Na een BOR-toepassing op een onderneming kan dezelfde onderneming niet opnieuw terugkocht worden door de oorspronkelijke schenker en vervolgens opnieuw geschonken worden onder BOR. De Belastingdienst herkent en bestrijdt deze "round-trip"-constructies.

Praktisch voorbeeld van wat NIET mag: - 2026: ouder schenkt onderneming aan kind onder BOR → 100% / 75% vrijstelling - 2030: kind verkoopt onderneming terug aan ouder voor de marktwaarde - 2033: ouder schenkt opnieuw aan kind onder BOR

In 2033 wordt de tweede BOR-toepassing geweigerd door de Belastingdienst.

Wat WEL mag: - Schenking van gedeelten van de onderneming over meerdere jaren (gefaseerde bedrijfsopvolging) — dit is één BOR-cyclus - Schenking van andere ondernemingen door dezelfde schenker — elke onderneming heeft zijn eigen BOR-recht - Schenking aan andere opvolgers binnen dezelfde onderneming-cyclus

Implicatie voor planning: als een DGA meerdere ondernemingen heeft (bijv. holding met twee werkmaatschappijen die als verschillende ondernemingen kwalificeren), kan elke onderneming separately BOR-overgedragen worden. Dit pleit voor het splitsen van diversifiers uit de holdingstructuur vóór overdracht.

Praktijkvoorbeeld: schenking van een €3M holding aan zoon in 2026

Casus: Hans (62 jaar) is enig DGA van Hans Holding BV. Hans Holding bezit 100% van de aandelen in Hans Tech BV (operationele werkmaatschappij). Waarde van Hans Holding in 2026: €3.000.000, waarvan: - Aandelen Hans Tech BV: €2.500.000 (operationeel) - Banktegoeden boven werkkapitaal: €300.000 (beleggingsvermogen) - Vorderingen: €200.000 (operationeel)

Hans wil 100% van Hans Holding schenken aan zijn zoon Lars (35) per 1 juli 2026.

Stap 1: Bepalen ondernemingsvermogen vs beleggingsvermogen - Ondernemingsvermogen: €2.500.000 + €200.000 = €2.700.000 - Beleggingsvermogen: €300.000 (geen BOR)

Stap 2: BOR-vrijstelling op €2.700.000 - Eerste schijf: €1.534.500 × 100% = €1.534.500 vrijgesteld - Tweede schijf: €1.165.500 × 75% = €874.125 vrijgesteld - Belaste BOR-grondslag: €1.165.500 − €874.125 = €291.375

Stap 3: Schenkbelasting op de overige bedragen - BOR-grondslag belast: €291.375 - Beleggingsvermogen belast: €300.000 - Totaal belast: €591.375 - Vrijstelling kind: €6.713 (2026) - Belastbaar: €584.662 - Schenkbelasting kind 2026 (10% tot €152.368, 20% daarboven): ~€10.391 + 20% × €432.294 = ~€96.850

Stap 4: DSR-ab voor box 2-claim - Box 2-claim op meerwaarde aandelen: ~€600.000 × 24,5% = ~€147.000 → doorgeschoven naar Lars - Lars's verkrijgingsprijs in box 2 = oorspronkelijke verkrijgingsprijs van Hans

Stap 5: Voortzettingseis - Lars moet Hans Tech BV voortzetten tot juli 2029 (3 jaar) - Verkoopt Lars binnen die periode → BOR vervalt + inhaalheffing

Vergelijking zonder BOR/DSR-ab: - Schenkbelasting op volledige €3M (na partner-vrijstelling): ~€500.000 - Box 2-claim: €147.000 direct verschuldigd - Totaal zonder regelingen: ~€647.000 - Totaal met BOR + DSR-ab: ~€97.000 - Besparing: ~€550.000

Met €1.500-€3.000 advieskosten voor een fiscalist die de BOR + DSR-ab juist invult, is dit één van de meest renderende fiscale acties die een DGA in zijn leven kan ondernemen.

Veelgemaakte fouten en valkuilen

Valkuil 1: Beleggingsvermogen onderschatten. Vooral banktegoeden en effecten boven het normale werkkapitaal worden door ondernemers vaak ten onrechte als ondernemingsvermogen beschouwd. De Belastingdienst hanteert een streng criterium: alles wat niet operationeel noodzakelijk is, telt niet.

Valkuil 2: Voortzettingseis schending. De opvolger verkoopt aandelen binnen 3 jaar — al was het maar voor een herstructurering. Resultaat: BOR vervalt + 4% rente per jaar + boete. Plan herstructureringen mét fiscalist.

Valkuil 3: Te late herstructurering. De DGA wil een holding optuigen vlak vóór overdracht, en triggert daarmee de bezitseis opnieuw (vóór 2026). Vanaf 2026 mag dit met behoud van bezitsperiode, mits gerechtigdheid niet wijzigt. Maar lees de voorwaarden zorgvuldig.

Valkuil 4: Preferente aandelen onbedacht houden. Vanaf 2026 vallen preferente aandelen buiten BOR/DSR-ab tenzij ze zijn ontstaan uit gefaseerde bedrijfsopvolging. Familie-BV's met gemengde aandelen-structuren moeten dit nu reviewen.

Valkuil 5: Geen vooroverleg met inspecteur. Bij overdrachten boven €500.000 is vooroverleg sterk aanbevolen. De inspecteur geeft schriftelijke goedkeuring binnen 4-8 weken; zonder vooroverleg loop je risico op naheffing 5+ jaar later.

Valkuil 6: Verhuurd vastgoed in de holding. Verhuurd vastgoed wordt vaak aangemerkt als beleggingsvermogen — geen BOR. Splits dergelijk vastgoed vóór overdracht af naar een aparte BV (juridische splitsing).

Valkuil 7: Anti-misbruik over het hoofd zien. De "BOR maar één keer per onderneming"-regel maakt een terugkoop-constructie niet meer mogelijk. Plan de overdracht definitief, niet als experiment.

Valkuil 8: Schenkingsplanning zonder testament. Bij overlijden zonder testament val je terug op het wettelijk erfrecht — wat de BOR-toepassing complicater kan maken. Een testament dat expliciet de bedrijfsoverdracht regelt is essentieel.

Beslis-checklist: kom je in aanmerking voor BOR in 2026?

Beantwoord deze 10 vragen om te bepalen of een BOR-overdracht voor jouw situatie zinvol is:

1. Heb je een onderneming in de vorm van een BV, NV, of vergelijkbare entiteit? 2. Is de onderneming materieel actief (geen pure beleggings-BV)? 3. Bezit je de aandelen / onderneming al ≥5 jaar (schenking) of ≥1 jaar (overlijden)? 4. Heb je een opvolger in beeld die de onderneming wil voortzetten voor minstens 3 jaar? 5. Is de waarde van het ondernemingsvermogen substantieel (>€500.000)? 6. Is het beleggingsvermogen-aandeel beperkt (<30% van totale waarde)? 7. Bestaat de structuur uit gewone aandelen (geen preferente aandelen)? 8. Is verhuurd vastgoed afgesplitst of geclassificeerd als ondernemingsvermogen? 9. Heb je een testament dat de bedrijfsoverdracht regelt (voor erfenis-scenario)? 10. Heb je een fiscalist die de BOR + DSR-ab kan begeleiden?

8-10 "ja" → BOR-toepassing zeer kansrijk. Plan een sessie met fiscalist binnen 6 maanden. 5-7 "ja" → Vóórwerk nodig (herstructurering, splitsing vastgoed, testament). Begin nu. ≤4 "ja" → BOR is op dit moment niet realistisch. Werk aan structuur over 1-2 jaar.

Tijdslijn voor BOR-planning (typisch): - T-24 maanden: structuuranalyse + herstructurering vastgoed/preferente aandelen - T-12 maanden: bezitseis voltooien + waardering ondernemingsvermogen - T-6 maanden: vooroverleg met Belastingdienst aanvragen - T-3 maanden: notariële schenkingsovereenkomst opstellen - T-0: schenking + aangifte schenkbelasting binnen 8 maanden - T+3 jaar: voortzettingseis voltooid → BOR definitief

FINEO pakketten

Zelf doen

19/mnd

Volledig, ZZP & klein

99/mnd

Volledig, midden

199/mnd

All-in

399/mnd

Lees ook

Ontdek alle functies van FINEO AI-boekhouding

Bekijk de FINEO productpagina