BV opheffen 2026: liquidatie, turboliquidatie en de fiscale eindafrekening

16 mei 2026 · 17 min leestijd

BV opheffen in 2026: twee routes, één verkeerde keuze kost je privé

Een BV die niet meer wordt gebruikt — een lege holding, een opco zonder activiteit, een nevenvennootschap die zijn doel heeft gediend — kost elk jaar geld en aandacht: KvK-bijdrage, jaarrekening deponeren, VPB-aangifte, boekhouding. Veel DGA's laten zo'n BV jarenlang "slapen" omdat ze niet weten hoe ze hem netjes opheffen.

In 2026 zijn er twee legale routes om een BV te beëindigen, plus een derde scenario:

| Route | Wanneer | Doorlooptijd | Risico | |---|---|---|---| | Reguliere liquidatie | BV heeft nog baten (geld, activa, vorderingen) | 3-6 maanden (incl. 2-maanden verzetstermijn) | Laag bij correcte vereffening | | Turboliquidatie | BV heeft GEEN baten op moment van ontbinding | Direct (BV houdt meteen op te bestaan) | Hoog bij misbruik — bestuurdersaansprakelijkheid + economisch delict | | Faillissement | BV heeft meer schulden dan bezittingen, niet meer te redden | 1-3 jaar | Curator onderzoekt bestuur (zie aparte pillar) |

De keuze is geen formaliteit. Sinds 15 november 2023 geldt de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie — verlengd tot 15 november 2027 — die de turboliquidatie omringt met deponeer- en bekendmakingsverplichtingen. Een turboliquidatie verkeerd uitvoeren leidt tot persoonlijke bestuurdersaansprakelijkheid, een bestuursverbod en zelfs strafrechtelijke vervolging als economisch delict.

Deze gids loodst je door beide routes, de fiscale eindafrekening (VPB + box 2) en de valkuilen die een DGA in 2026 privé kunnen raken.

Route 1: reguliere liquidatie — ontbindingsbesluit en vereffening

De reguliere liquidatie is de route wanneer de BV op het moment van ontbinding nog baten heeft — banksaldo, een auto, voorraad, debiteuren, een rekening-courantvordering op de DGA, of stille reserves in activa.

Stap 1 — Ontbindingsbesluit (AVA) De Algemene Vergadering van Aandeelhouders neemt een formeel ontbindingsbesluit. Voor een eenpersoons-DGA-BV is dat een schriftelijk aandeelhoudersbesluit. Vanaf dat moment heet de BV "[Naam] BV in liquidatie" — die toevoeging moet in alle correspondentie en op de KvK-inschrijving.

Stap 2 — Vereffenaar benoemen Er wordt één of meer vereffenaars benoemd. In de praktijk is dat bijna altijd de zittende bestuurder (de DGA zelf). De vereffenaar neemt het bestuur over voor het afwikkelen.

Stap 3 — KvK-melding De ontbinding wordt geregistreerd bij de Kamer van Koophandel (formulier 17a). De BV blijft ingeschreven, nu met de status "in liquidatie".

Stap 4 — Vereffening (de feitelijke afwikkeling) De vereffenaar: - int alle openstaande vorderingen (debiteuren, rekening-courant DGA) - verkoopt of keert activa uit (inventaris, auto, voorraad) - beëindigt lopende contracten (huur, abonnementen, verzekeringen, leasecontracten) - betaalt alle schulden (crediteuren, Belastingdienst, eventueel personeel) - stelt een plan van verdeling op voor wat resteert

Stap 5 — Uitkering aan aandeelhouder(s) Wat na betaling van alle schulden overblijft — het liquidatie-overschot — wordt aan de aandeelhouder(s) uitgekeerd. Bij een DGA gaat dit naar privé (of naar de holding bij een holding/opco-structuur). Belangrijk: uitkeren mag pas ná de verzetstermijn (volgende sectie).

Stap 6 — Einde rechtspersoon Na afronding van de vereffening meldt de vereffenaar bij de KvK dat de rechtspersoon ophoudt te bestaan (formulier 17b). De BV is dan juridisch beëindigd.

De reguliere route duurt typisch 3 tot 6 maanden, vooral door de verplichte verzetstermijn. Het is de veilige route: als de vereffening correct verloopt, is er nauwelijks aansprakelijkheidsrisico.

De 2-maanden verzetstermijn en rekening en verantwoording

Het hart van de reguliere liquidatie is de verzetstermijn — de bescherming voor crediteuren die je over het hoofd zou kunnen zien.

Hoe het werkt: 1. De vereffenaar stelt een rekening en verantwoording op (overzicht van baten en lasten van de vereffening) en, als er meerdere gerechtigden zijn, een plan van verdeling. 2. Deze stukken worden ter inzage gelegd bij de KvK en bij het kantoor van de BV. 3. De vereffenaar doet hiervan een aankondiging — in de praktijk een publicatie in een landelijk dagblad — met vermelding waar en tot wanneer de stukken kunnen worden ingezien. 4. Vanaf die aankondiging loopt een verzetstermijn van twee maanden. Onbekende of vergeten schuldeisers kunnen in die periode bij de rechtbank bezwaar maken tegen het plan van verdeling. 5. Pas ná het verstrijken van de twee maanden — en als er geen verzet is ingediend — mag de vereffenaar het overschot daadwerkelijk uitkeren.

Waarom dit belangrijk is voor de DGA: Uitkeren vóór het einde van de verzetstermijn, of een bekende crediteur "vergeten", maakt de vereffenaar persoonlijk aansprakelijk tegenover die crediteur. De verzetstermijn is geen bureaucratie — het is jouw bewijs dat je crediteuren een eerlijke kans hebt gegeven.

Negatief saldo tijdens vereffening: Blijkt tijdens de vereffening dat de schulden de baten overstijgen (de BV is feitelijk insolvent), dan moet de vereffenaar in beginsel het faillissement aanvragen — tenzij alle bekende crediteuren instemmen met voortzetting van de vereffening buiten faillissement. Doorgaan met uitkeren terwijl je weet dat crediteuren tekortkomen, is een ernstig verwijt richting bestuurdersaansprakelijkheid.

Praktijktip: bewaar de dagbladpublicatie, het inzage-dossier en de datum waarop de verzetstermijn afliep. Dat is bij een latere discussie jouw dossier dat de vereffening zorgvuldig is verlopen.

Route 2: turboliquidatie — snel, maar alleen zonder baten

De turboliquidatie is de versnelde route: de BV wordt ontbonden en houdt op hetzelfde moment op te bestaan, zonder "in liquidatie"-fase en zonder vereffening.

De harde voorwaarde: Turboliquidatie mag uitsluitend als de BV op het moment van het ontbindingsbesluit geen baten meer heeft. Geen banksaldo, geen activa, geen vorderingen, geen stille reserves — niets.

"Geen baten" is strenger dan veel DGA's denken. Het volgende telt allemaal als baat en blokkeert de turboliquidatie: - Elk positief banksaldo (ook €50) - Een nog te ontvangen belastingteruggave (VPB of BTW) - Een vordering op de DGA (rekening-courant — vaak vergeten!) - Inventaris, voorraad, een auto - Een te innen debiteur - Goodwill of een merknaam met waarde

Wel toegestaan dat er schulden achterblijven: Een turboliquidatie mag terwijl er nog onbetaalde schulden zijn — bijvoorbeeld een crediteur of een belastingschuld. De BV verdwijnt, en de schuld is in beginsel niet meer verhaalbaar omdat de schuldenaar (de BV) niet meer bestaat. Juist dat misbruikrisico — een BV met schulden laten "verdampen" — is de reden dat de wetgever in 2023 ingreep.

Het besluit: De AVA neemt een ontbindingsbesluit; omdat er geen baten zijn, is er niets te vereffenen en eindigt de rechtspersoon direct. De ontbinding wordt bij de KvK gemeld en de BV wordt uitgeschreven.

Maar — en dit is cruciaal in 2026 — sinds de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie is de turboliquidatie níet meer "klaar" met het ontbindingsbesluit. Er volgt een deponeer- en bekendmakingsplicht (volgende sectie). Wie die overslaat, pleegt een economisch delict.

De Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie — 14-dagen deponeerplicht

Sinds 15 november 2023 geldt de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie. De wet was eerst voor twee jaar bedoeld, maar is verlengd tot 15 november 2027 (Stb. 2025/215) — in 2026 is hij dus volledig van kracht en de wetgever overweegt de maatregelen permanent te maken.

Wat de wet eist — binnen 14 dagen na de ontbinding: Het (voormalige) bestuur moet binnen veertien dagen na de turboliquidatie een set stukken deponeren bij de KvK:

1. Een balans en een staat van baten en lasten over het boekjaar waarin de rechtspersoon is ontbonden; 2. Dezelfde stukken over het voorgaande boekjaar, als daarover op het moment van ontbinding nog geen jaarrekening openbaar was gemaakt; 3. Een beschrijving (slotverantwoording) van: - de oorzaak van het ontbreken van baten op het moment van ontbinding; - hoe eventuele baten te gelde zijn gemaakt en de opbrengst is verdeeld; - de redenen waarom schuldeisers geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven; 4. Eerdere jaarrekeningen die nog niet waren gedeponeerd, voor zover de publicatieplicht daarvoor gold.

Bekendmaking aan schuldeisers: Na het deponeren moet het bestuur de schuldeisers schriftelijk op de hoogte stellen dat de turboliquidatie heeft plaatsgevonden en dat de stukken bij de KvK ter inzage liggen.

Wat schuldeisers kunnen doen: Wordt er niet (of onvolledig) gedeponeerd, dan kan een schuldeiser de rechtbank om inzage in de administratie van de ontbonden BV vragen. Daarmee kan de crediteur reconstrueren of er onterecht baten zijn weggesluisd — en zo de basis leggen voor een aansprakelijkheidsclaim tegen de bestuurder.

Praktische consequentie: Een turboliquidatie is in 2026 pas écht afgerond als de stukken zijn gedeponeerd én de crediteuren zijn geïnformeerd. Reken op deugdelijke cijfers: je hebt een balans en een staat van baten en lasten nodig — dus je boekhouding moet op orde zijn vóórdat je ontbindt.

Bestuurdersaansprakelijkheid bij turboliquidatie

De turboliquidatie is de route met het grootste persoonlijke risico voor de DGA. Drie mechanismen kunnen je privé raken.

1. Turboliquidatie terwijl er nog baten waren — ernstig verwijt De heersende lijn in de rechtspraak: een turboliquidatie uitvoeren terwijl de BV nog baten had, levert een ernstig verwijt op aan het bestuur. Dat is een grond voor bestuurdersaansprakelijkheid (via onrechtmatige daad, art. 6:162 BW). Een crediteur die daardoor onbetaald bleef, kan de bestuurder persoonlijk aanspreken voor zijn schade.

Klassieke fout: de DGA "vergeet" dat de BV nog een rekening-courantvordering op hemzelf heeft. Die vordering ís een baat. Turboliquideren met die vordering open = turboliquidatie met baten = ernstig verwijt.

2. Bestuursverbod via het Openbaar Ministerie Bij een turboliquidatie waarbij schulden onbetaald blijven, kan het Openbaar Ministerie de rechtbank vragen een bestuursverbod op te leggen (maximaal vijf jaar) als de bestuurder: - niet aan de deponeerplicht heeft voldaan; of - doelbewust één of meer schuldeisers aanmerkelijk heeft benadeeld; of - in de twee voorafgaande jaren al ten minste twee keer betrokken was bij een faillissement of een ontbinding zonder baten met achtergebleven schulden.

Een bestuursverbod betekent: je mag in die periode geen bestuurder of commissaris van een rechtspersoon zijn — einde van het ondernemen via een BV.

3. Strafrechtelijke vervolging — economisch delict Het niet (tijdig of volledig) naleven van de financiële verantwoordings- en bekendmakingsplicht is strafbaar gesteld als economisch delict. De maximale sanctie: zes maanden hechtenis, een taakstraf, of een geldboete van de vierde categorie (maximaal € 25.750).

De kern: turboliquidatie is geen ontsnappingsroute voor een BV met problemen. Het is een nette afsluiting van een BV die écht leeg is. Twijfel je of er baten zijn, of zijn er substantiële schulden — kies dan de reguliere liquidatie of, bij insolventie, het faillissement. Zie de pillar over bestuurdersaansprakelijkheid voor het bredere kader.

Route 3: faillissement — wanneer dat de juiste keuze is

De derde manier waarop een BV eindigt is het faillissement. Anders dan liquidatie kies je dit niet om "netjes af te ronden" — het is de route wanneer de BV insolvent is: structureel meer schulden dan verhaalbaar vermogen, en niet meer levensvatbaar.

Liquidatie vs. faillissement — de scheidslijn:

| | Reguliere liquidatie | Faillissement | |---|---|---| | Uitgangspunt | Baten ≥ schulden (solvent) | Schulden > baten (insolvent) | | Wie wikkelt af | Vereffenaar (meestal de DGA) | Onafhankelijke curator | | Initiatief | AVA / bestuur | Eigen aangifte, schuldeiser, of OM | | Onderzoek bestuur | Geen | Curator onderzoekt onbehoorlijk bestuur | | Doorlooptijd | 3-6 maanden | 1-3 jaar |

Wanneer kies je faillissement? - De BV kan haar opeisbare schulden niet meer betalen en er is geen herstelperspectief - Tijdens een reguliere vereffening blijkt dat de schulden de baten overstijgen en niet alle crediteuren instemmen met buitengerechtelijke afwikkeling - Een turboliquidatie zou betekenen dat je substantiële schuldeisers bewust benadeelt

Het verschil dat telt: bij faillissement onderzoekt een curator of er sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaar vóór het faillissement (art. 2:248 BW). Bij een correcte liquidatie is er geen curator en geen onderzoek — daarom is de verleiding groot om een probleem-BV te "liquideren" in plaats van failliet te laten gaan. Doe dat niet: een liquidatie of turboliquidatie die in werkelijkheid een verkapt faillissement is, leidt juist tot de aansprakelijkheid die je probeerde te ontlopen.

Tussenvorm — WHOA: Is de onderneming op zich levensvatbaar maar de schuldenlast te zwaar, dan biedt de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) sinds 2021 een route om met crediteuren een dwangakkoord te sluiten en faillissement te vermijden. Dat is herstructurering, geen beëindiging — een ander traject dan deze gids.

De fiscale eindafrekening — laatste VPB-aangifte

Een BV opheffen is óók een fiscaal eindstation. De Belastingdienst wil over de "laatste meters" nog afrekenen.

Eindafrekening vennootschapsbelasting: Over het boekjaar waarin de BV wordt opgeheven, moet nog een laatste VPB-aangifte worden gedaan. Die aangifte wordt — net als elke VPB-aangifte — in het jaar daarná ingediend. Een BV die in 2026 wordt geliquideerd, doet dus in 2027 nog een afsluitende aangifte over (een deel van) 2026.

Wat valt er fiscaal vrij bij de eindafrekening? Bij beëindiging moet de BV afrekenen over zaken die fiscaal nog "in de wachtkamer" stonden: - Stille reserves — het verschil tussen de boekwaarde en de werkelijke waarde van activa (bijvoorbeeld een pand of machine die meer waard is dan de boekwaarde). Bij verkoop of uitkering tijdens de vereffening valt dit verschil vrij als belaste winst. - Fiscale reserves — een herinvesteringsreserve of een nog niet benutte voorziening valt vrij in de winst. - Goodwill — als die te gelde wordt gemaakt.

VPB-tarief 2026: 19% over de eerste € 200.000 winst, 25,8% over het meerdere. Die laatste-jaars-winst kan hoger uitvallen dan een gewoon jaar, juist door de vrijval van reserves.

BTW en loonheffing: - De laatste BTW-aangifte moet worden ingediend; de BTW-positie moet op nul; bij verkoop van bedrijfsmiddelen kan BTW verschuldigd zijn. - Was er personeel, dan moet de loonadministratie correct worden afgesloten en de laatste loonheffing afgedragen. - De BV wordt na afwikkeling uitgeschreven bij de Belastingdienst voor alle middelen.

Aandachtspunt — meld op tijd: Kan de BV een eindafrekenings-belastingschuld niet voldoen, dan geldt — net als bij een lopende BV — de meldplicht betalingsonmacht voor loonheffing en BTW (14 dagen). Een liquidatie ontslaat de bestuurder niet van die meldplicht; sterker, een BV opheffen met een onbetaalde fiscale schuld zonder melding is een directe route naar fiscale bestuurdersaansprakelijkheid.

Box 2-heffing op de liquidatie-uitkering

Nadat de BV intern heeft afgerekend (VPB), komt de DGA aan de beurt. Het bedrag dat na betaling van alle schulden en de VPB resteert — het liquidatie-overschot — wordt aan de aandeelhouder uitgekeerd. Fiscaal wordt die liquidatie-uitkering behandeld als een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang: in box 2.

Hoe de heffing werkt: Het belaste voordeel is de liquidatie-uitkering minus de verkrijgingsprijs van de aandelen (meestal het gestorte aandelenkapitaal). Stel: je hebt ooit € 1 aandelenkapitaal gestort en je krijgt € 180.000 liquidatie-overschot — dan is circa € 180.000 belast in box 2.

Box 2-tarief 2026 — twee schijven: - 24,5% over de eerste circa € 68.000 box 2-inkomen per persoon (de schijfgrens wordt jaarlijks geïndexeerd; bij fiscale partners telt de grens dubbel); - 31% over het meerdere.

Een liquidatie-uitkering valt vaak in één keer in box 2 en kan daardoor grotendeels in de 31%-schijf belanden. Spreiding is bij een liquidatie lastig — de uitkering komt nu eenmaal ineens — maar timing kan helpen: de uitkering aan het begin van een kalenderjaar laten vallen kan, bij meerdere aandeelhouders of bij combinatie met een dividend, helpen om de lage schijf optimaal te benutten.

Holding ertussen — dan geen box 2 nu: Houd je de opco-aandelen via een holding, dan loopt de liquidatie-uitkering van de opco naar de holding. Door de deelnemingsvrijstelling is die uitkering bij de holding onbelast — er is op dat moment géén box 2-heffing. Box 2 komt pas in beeld wanneer jíj geld uit de holding naar privé haalt. Dit is een belangrijk argument om de holdingstructuur tot het einde te benutten en niet "even snel" de opco rechtstreeks naar privé te liquideren.

Negatief — een verlies: Is de liquidatie-uitkering láger dan de verkrijgingsprijs (je krijgt minder terug dan je ooit hebt ingelegd), dan ontstaat een verlies uit aanmerkelijk belang. Dat verlies is in box 2 verrekenbaar met ander box 2-inkomen — en na afloop van het aanmerkelijk belang onder voorwaarden om te zetten in een belastingkorting.

Liquidatieverlies in de holding

Bij een holding/opco-structuur speelt een aparte regeling als de opco wordt geliquideerd: de liquidatieverliesregeling in de vennootschapsbelasting.

Het uitgangspunt — deelnemingsvrijstelling: Normaal zijn resultaten op een dochtervennootschap bij de holding onbelast door de deelnemingsvrijstelling: winst op de deelneming is onbelast, maar een verlies op de deelneming is óók niet aftrekbaar. Dat is logisch zolang de dochter blijft bestaan.

De uitzondering — liquidatieverlies: Wordt de dochter geliquideerd, dan maakt de wet een uitzondering. De holding mag dan onder voorwaarden een liquidatieverlies ten laste van haar VPB-winst brengen. Het verlies is in beginsel: het opgeofferde bedrag (wat de holding voor en in de deelneming heeft geïnvesteerd) minus de liquidatie-uitkering die de holding terugkrijgt.

De voorwaarden (sinds de aanscherping per 2021): Het liquidatieverlies is alleen aftrekbaar als aan drie eisen is voldaan: 1. Kwantitatief / kwalitatief — bij grotere verliezen (boven een drempel) moet het gaan om een deelneming waarin de holding een beslissende invloed heeft (kort gezegd: een meerderheidsbelang) en die in de EU/EER is gevestigd; 2. Tijdig — de vereffening van de dochter moet binnen een bepaalde termijn (kort gezegd: drie jaar) zijn afgerond; 3. Het verlies is definitief — er is niets meer te halen uit de deelneming.

Voor een normale Nederlandse DGA-holding met een 100%-Nederlandse opco zijn die voorwaarden meestal geen probleem — de opco zit in Nederland en de holding heeft 100%.

Waarom dit telt: Heeft de holding ooit € 200.000 in de opco gestoken en is de opco bij liquidatie nog maar € 50.000 waard, dan kan de holding een liquidatieverlies van circa € 150.000 nemen. Dat verlies verlaagt de VPB-winst van de holding — een reële belastingbesparing van € 28.500 tot € 38.700, afhankelijk van het tarief. Laat dit dus niet liggen: bespreek vóór de liquidatie met je adviseur of er een liquidatieverlies te benutten valt en of de timing van de afwikkeling de driejaarstermijn respecteert.

Praktijkvoorbeeld: opco liquideren onder de holding

Casus: Sanne is DGA. Ze houdt via Sanne Holding BV 100% van Sanne Studio BV (opco, een designbureau). Ze stopt met het bureau en wil de opco netjes opheffen. De holding blijft bestaan (daarin zit haar pensioenpot en een beleggingsportefeuille).

Situatie opco bij beoogde ontbinding (begin 2026): - Banksaldo: € 40.000 - Inventaris (boekwaarde € 5.000, te verkopen voor € 8.000) - Debiteuren nog te innen: € 12.000 - Rekening-courantvordering op Sanne privé: € 15.000 - Crediteuren: € 9.000 - Geen personeel

Eerste vraag — turboliquidatie mogelijk? Nee. De opco heeft volop baten: banksaldo, inventaris, debiteuren én een rekening-courantvordering op Sanne. Een turboliquidatie zou hier een turboliquidatie met baten zijn — ernstig verwijt, bestuurdersaansprakelijkheid. Het moet de reguliere liquidatie worden.

De reguliere route: 1. Sanne Holding (als enig aandeelhouder van de opco) neemt het ontbindingsbesluit voor Sanne Studio BV. De opco heet nu "Sanne Studio BV in liquidatie". 2. Sanne wordt vereffenaar. 3. Vereffening: ze int de debiteuren (€ 12.000), verkoopt de inventaris (€ 8.000 — fiscaal valt € 3.000 stille reserve vrij), en laat de rekening-courant van € 15.000 door zichzelf aflossen. Ze betaalt de crediteuren (€ 9.000). 4. Verzetstermijn: rekening en verantwoording ter inzage, dagbladpublicatie, twee maanden wachten. 5. Na de verzetstermijn keert ze het overschot uit.

Het overschot — ruwe berekening: - Baten verzameld: € 40.000 + € 12.000 + € 8.000 + € 15.000 = € 75.000 - Min crediteuren: − € 9.000 → € 66.000 - Min eindafrekening VPB (over o.a. de € 3.000 stille reserve en het laatste resultaat — stel € 2.000 VPB) → circa € 64.000 liquidatie-overschot

Naar de holding — niet naar privé: De € 64.000 gaat naar Sanne Holding BV, niet rechtstreeks naar Sanne privé. Door de deelnemingsvrijstelling is die uitkering bij de holding onbelast. Er is op dit moment geen box 2-heffing — die komt pas als Sanne later geld uit de holding naar privé haalt (als dividend of bij liquidatie van de holding).

Liquidatieverlies? Sanne Holding had ooit € 18.000 in de opco gestort (kapitaal + agio). Ze krijgt € 64.000 terug — méér dan het opgeofferde bedrag. Er is dus geen liquidatieverlies; integendeel, het positieve resultaat is door de deelnemingsvrijstelling gewoon onbelast. Was de opco verlieslatend geweest en kreeg de holding minder terug dan de € 18.000, dan had de holding een liquidatieverlies kunnen nemen.

Eindplaatje: - Opco netjes en risicoloos beëindigd via de reguliere route — geen aansprakelijkheidsrisico - Stille reserve correct afgerekend in de laatste VPB-aangifte (ingediend in 2027) - € 64.000 belastingvrij in de holding geparkeerd dankzij de deelnemingsvrijstelling - Box 2-heffing uitgesteld tot Sanne het geld echt nodig heeft - Administratie van de opco wordt nog 7 jaar bewaard

Had Sanne de opco rechtstreeks (zonder holding) gehouden, dan was de € 64.000 minus verkrijgingsprijs ineens in box 2 belast — grotendeels tegen 31%. De holdingstructuur tot het einde benutten scheelt hier al snel een vijfcijferig bedrag aan uitgestelde of vermeden heffing.

Stappenplan, checklist en valkuilen

Beantwoord deze 10 vragen vóór je een BV opheft:

1. Heeft de BV op dit moment écht geen enkele baat — ook geen banksaldo, belastingteruggave of rekening-courantvordering op jezelf? 2. Zo ja → turboliquidatie. Zo nee → reguliere liquidatie. 3. Is je boekhouding actueel genoeg om een balans en staat van baten en lasten op te stellen (verplicht bij turboliquidatie)? 4. Zijn alle lopende contracten opgezegd (huur, lease, abonnementen, verzekeringen)? 5. Is er personeel dat moet worden afgewikkeld (ontslag, eindafrekening loon)? 6. Heb je de laatste VPB- en BTW-aangifte ingepland? 7. Bij reguliere liquidatie: heb je de dagbladpublicatie en de 2-maanden verzetstermijn ingepland vóór uitkering? 8. Bij turboliquidatie: heb je de 14-dagen-deponering bij de KvK + schriftelijke melding aan crediteuren ingeregeld? 9. Bij een holding/opco: benut je de deelnemingsvrijstelling (uitkeren naar de holding, niet naar privé)? 10. Is er een liquidatieverlies in de holding te benutten?

8 valkuilen die een DGA privé raken:

1. De vergeten rekening-courant. Een vordering op de DGA is een baat. Turboliquideren terwijl die openstaat = turboliquidatie met baten = ernstig verwijt. 2. Turboliquidatie als vlucht voor schulden. Een probleem-BV "laten verdampen" om crediteuren te ontlopen is precies wat de wet sinds 2023 bestraft — bestuursverbod + economisch delict. 3. De 14-dagen-deponering overslaan. Niet of te laat deponeren bij een turboliquidatie is strafbaar (vierde categorie, max € 25.750) en opent de deur naar inzage door crediteuren. 4. Uitkeren vóór het einde van de verzetstermijn. Maakt de vereffenaar persoonlijk aansprakelijk tegenover een crediteur die nog verzet kon aantekenen. 5. Eindafrekening-belastingschuld niet melden. De meldplicht betalingsonmacht (14 dagen) geldt ook bij liquidatie. 6. De opco rechtstreeks naar privé liquideren terwijl er een holding is. Onnodige box 2-heffing ineens; de deelnemingsvrijstelling onbenut gelaten. 7. Liquidatieverlies laten liggen. Een verlieslatende dochter liquideren zonder het liquidatieverlies in de holding te claimen — of de driejaarstermijn missen. 8. Administratie weggooien. Ook ná opheffing geldt de bewaarplicht van 7 jaar (fiscaal); de DGA of de vereffenaar moet de administratie van de verdwenen BV bewaren.

Doorlooptijd-realiteit: een turboliquidatie van een echt lege BV is in een paar weken rond (inclusief de 14-dagen-deponering). Een reguliere liquidatie kost door de verzetstermijn al snel 4-6 maanden. Begin er dus op tijd aan — een BV "even snel" opheffen vóór jaareinde lukt zelden.

De rode draad: kies de route eerlijk op basis van de feiten (baten ja/nee), volg de formaliteiten exact, en gebruik de holding tot het einde. Een correcte liquidatie is goedkoop en risicoloos; een verkeerde route kost een bestuursverbod, een strafblad of een persoonlijke aansprakelijkheidsclaim.

FINEO pakketten

Zelf doen

19/mnd

Volledig, ZZP & klein

99/mnd

Volledig, midden

199/mnd

All-in

399/mnd

Lees ook

Ontdek alle functies van FINEO AI-boekhouding

Bekijk de FINEO productpagina