DGA-pensioen 2026: ODV (oudedagsverplichting) volledig uitgelegd
29 april 2026 · 14 min leestijd
Wat is een ODV en waarom is het zo belangrijk voor DGA's?
De oudedagsverplichting (ODV) is voor de meeste DGA's de belangrijkste — en tegelijk meest verwaarloosde — fiscale post op de balans van hun BV. Het is de opvolger van het pensioen in eigen beheer (PEB), dat in 2017 wettelijk werd afgeschaft. DGA's die toen voor de ODV-route kozen, hebben hun opgebouwde pensioenkapitaal omgezet in een ODV-passiefpost en moeten daar de komende decennia mee om te gaan.
De stand van zaken in 2026: - Naar schatting 130.000 BV's in Nederland hebben nog een actieve ODV op de balans - Het gemiddelde ODV-saldo bedraagt €85.000–€180.000 per DGA - Verkeerd beheer van een ODV kan leiden tot directe loonbelastingheffing van 49,5% ³plus³ een revisierente van 20% — in totaal kan een fout DGA's tienduizenden tot honderdduizenden euro's kosten
De ODV is geen pensioenverzekering en geen lijfrente in de gewone zin: het is een fiscale verplichting die op de BV-balans staat en jaarlijks moet worden opgerent met een wettelijk vastgesteld percentage. De DGA heeft een claim op zijn eigen BV — met alle gevolgen voor liquiditeit, dividenduitkeringsruimte en eventuele BV-overdracht.
Pensioen in eigen beheer afgeschaft: de drie keuzes uit 2017
Tot 1 juli 2017 mochten DGA's pensioen opbouwen in eigen beheer (PEB) binnen hun BV. Door fiscale en accounting-mismatches (commerciële waarde sterk afwijkend van fiscale waarde) ontstond een groot wettelijk probleem: BV's mochten op fiscale grondslag pensioen opbouwen, maar moesten op commerciële grondslag rekening houden met veel hogere verplichtingen. Dat blokkeerde dividenduitkeringen.
De wetgever bood drie keuzes vanaf 2017:
1. Afkoop met fiscale korting (eenmalig 2017–2019) De DGA mocht de fiscale waarde van het PEB ineens of in delen afkopen tegen een gereduceerd tarief: 34,5% in 2017, 25% in 2018, 19,5% in 2019. Plus revisierente was uitgesloten. Veel DGA's grepen deze kans aan. Als je dat hebt gedaan, dan is je PEB volledig afgewikkeld en is dit artikel niet voor jou relevant.
2. Omzetten in een ODV (oudedagsverplichting) De fiscale balanswaarde van het PEB werd omgezet in een nieuwe passiefpost: de oudedagsverplichting. Vanaf dat moment werd er niet meer opgebouwd, maar het bestaande saldo werd jaarlijks opgerent. De ODV moet binnen 20 jaar na pensioendatum worden uitbetaald. Dit is verreweg de meest gekozen route: ~70% van DGA's.
3. Premievrij behouden (uitsterven) Het PEB blijft op de balans staan zoals het was — geen verdere opbouw, geen wijziging in de verplichting. De commerciële vs fiscale waardering blijft bestaan. Deze route is fiscaal complex en wordt steeds zeldzamer; minder dan 10% van DGA's koos hiervoor.
In dit artikel focussen we op route 2: de ODV, omdat dit de meest voorkomende situatie is in 2026.
ODV in 2026: oprenten, opbouwperiode en uitkering
De ODV bestaat uit drie fases die DGA's moeten begrijpen om geen dure fouten te maken.
Fase 1: Oprenten (vanaf 2017 tot pensioendatum) De ODV-passiefpost wordt jaarlijks opgerent met een wettelijk vastgesteld percentage. Voor 2026 bedraagt het oprentingspercentage 2,72% (gebaseerd op het gemiddelde U-rendement over 2025). De BV moet die oprenting boeken als een dotatie aan de ODV en mag het bedrag van de fiscale winst aftrekken. Dat oprentingseffect kan over 10–20 jaar substantieel oplopen — een ODV van €150.000 in 2017 staat in 2026 op circa €196.000 (bij gemiddeld 3% oprenting).
Fase 2: Pensioendatum bereiken De pensioendatum is meestal de AOW-leeftijd of een eerder gekozen datum (minimaal 5 jaar vóór AOW). Vanaf die datum mag/moet de ODV worden uitgekeerd. De BV moet ten minste één termijnuitkering per jaar doen.
Fase 3: Uitkering (binnen 20 jaar na pensioendatum) De ODV moet uiterlijk binnen 20 jaar na pensioendatum worden uitbetaald in gelijkmatige termijnen. De DGA betaalt over elke uitkering inkomstenbelasting in box 1. De BV mag de uitkering van de winst aftrekken.
Voorbeeld: ODV-saldo €180.000 op pensioendatum 67. Bij gelijkmatige uitkering over 20 jaar: €9.000 + oprenting per jaar.
ODV omzetten in lijfrente bij verzekeraar: wanneer voordelig?
Sinds 2017 mag de DGA op elk moment vrijwillig de ODV omzetten naar een lijfrente bij een externe verzekeraar (bijvoorbeeld AEGON, NN, ASR). Daarbij wordt het ODV-saldo overgedragen naar de verzekeraar; de verplichting verdwijnt van de BV-balans en wordt vervangen door een levenslange lijfrente-uitkering die de DGA privé ontvangt.
Wanneer is omzetten naar lijfrente verstandig?
1. De BV heeft onvoldoende liquide middelen om de ODV te kunnen uitbetalen — een passiefpost van €200.000 op een BV met €50.000 cash betekent dat dividend onmogelijk is en uitkering bij pensioendatum risicovol. Omzetten naar verzekeraar verlost de BV van de claim.
2. De DGA wil de BV verkopen of liquideren — een ODV op de balans is een dealbreaker bij overname. Een koper wil geen verplichting overnemen die hij niet kan beheersen. Omzetten vóór de transactie maakt de BV "schoon".
3. De DGA wil zekerheid over levenslange uitkering — de ODV moet binnen 20 jaar worden uitbetaald, ongeacht hoe lang de DGA leeft. Een lijfrente bij een verzekeraar betaalt levenslang door, ook na 87. Voor wie verwacht ouder te worden dan 87 (pensioendatum 67 + 20 jaar), is een lijfrente langlevenrisico-bestendig.
Wanneer is ODV behouden voordeliger?
1. De BV heeft ruim voldoende kasreserves — dan is de ODV gewoon een passiefpost zonder liquiditeitsdruk. De oprenting blijft fiscaal aftrekbaar binnen de BV.
2. De DGA wil controle over uitkeringstempo — een ODV biedt flexibiliteit in jaarlijkse uitkeringen, terwijl een lijfrente vast wordt afgesproken bij omzetting.
3. De BV blijft langetermijn structureel actief — dan is het kostenefficiënt om de uitbetaling intern te doen via salaris/pensioen-uit-de-BV.
FINEO's Adviescentrum berekent voor elke DGA met een ODV de break-even tussen ODV-behoud en lijfrente-omzetting op basis van werkelijke BV-cashflow, leeftijd, en pensioendatum.
ODV uitkeren als DGA: fiscaal optimum in 2026
De uitkering van de ODV is voor de meeste DGA's het fiscaal moeilijkste deel. Hier zijn de regels en de optimalisaties die FINEO automatisch signaleert.
Vanaf welke datum mag/moet de ODV worden uitbetaald? De ODV moet uiterlijk in de maand waarin de DGA AOW-leeftijd bereikt beginnen met uitkeren. Eerder mag, mits minimaal 5 jaar voor AOW-leeftijd. Bij eerder uitkeren wordt de jaarlijkse uitkering hoger (door het langere uitkeringstraject).
Hoe lang mag de uitkering duren? Maximaal 20 jaar vanaf pensioendatum. Bij vervroegd uitkeren mag het traject korter zijn. Belangrijke regel: het bedrag dat in jaar X wordt uitbetaald mag niet meer dan 110% afwijken van het bedrag in jaar X-1 (gelijkmatige uitkering).
Belastingdruk: Elke ODV-uitkering wordt belast in box 1 als loon uit vroegere dienstbetrekking. Het tarief 2026: - Eerste schijf (tot €76.817): 36,97% - Tweede schijf: 49,5%
De DGA wil dus zorgen dat zijn jaarlijkse ODV-uitkering ruim onder de €76.817 totaalinkomen blijft (gecombineerd met AOW + eventuele overige inkomsten).
Optimalisatieroute: Veel DGA's combineren ODV-uitkering met AOW + eventueel een klein DGA-loon. Door de jaarlijkse ODV-uitkering precies af te stemmen op het verschil tussen AOW + DGA-loon en €76.817 grens, blijft het maximale bedrag in de lage belastingschijf. Een DGA met €15.000 AOW en €25.000 DGA-loon heeft dus circa €36.817 ruimte voor ODV-uitkering tegen 36,97% belasting.
Veelgemaakte fouten: zo verlies je tienduizenden euro's
In de praktijk worden bij ODV-beheer dezelfde fouten herhaald, vaak met grote financiële gevolgen. De zes meest voorkomende:
1. ODV te laat beginnen met uitkeren Als de DGA AOW-leeftijd bereikt en de ODV niet wordt uitbetaald, kwalificeert de Belastingdienst dit als "afkoop" — het volledige ODV-saldo wordt direct als inkomen aangemerkt, met 49,5% belasting plus 20% revisierente. Op een ODV van €150.000: €74.250 belasting + €30.000 revisierente = €104.250 verlies.
2. Onregelmatige uitkeringen De ODV-uitkering moet gelijkmatig zijn (110%-110% regel). Als de DGA één jaar €15.000 uitkeert en het volgende jaar €8.000, treedt onregelmatigheid op. Belastingdienst behandelt dit als gedeeltelijke afkoop, met directe heffing.
3. ODV niet correct opgerent in jaarrekening De BV moet jaarlijks een dotatie aan de ODV boeken op basis van het wettelijke oprentingspercentage. Vergeten = de fiscale balans klopt niet, dividenduitkering wordt geblokkeerd door deze administratieve onnauwkeurigheid, en bij controle volgt naheffing. FINEO bewaakt deze dotatie automatisch en boekt deze in de jaarrekening.
4. Dividend uitkeren zonder ODV-toets Voor elke dividenduitkering moet de DGA een uitkeringstoets (artikel 2:216 BW) doen. De ODV-passiefpost moet daarbij in de uitkeerbare reserves worden meegenomen. Vergeten betekent dat de DGA privé aansprakelijk wordt voor terugbetaling van het dividend als de BV later niet aan de ODV-uitkering kan voldoen.
5. Lijfrente-omzetting niet aangemeld bij Belastingdienst Bij omzetting van ODV naar verzekerings-lijfrente moet binnen 1 jaar de "verklaring van geruisloze omzetting" worden ingediend bij de Belastingdienst. Vergeten = de Belastingdienst behandelt het als afkoop met 49,5% + 20% heffing.
6. ODV vergeten bij BV-overdracht of -liquidatie Wie een BV verkoopt of liquideert zonder eerst de ODV af te wikkelen of over te dragen, riskeert dat de ODV wordt aangemerkt als "vrijval" en direct wordt belast. Bij €200.000 ODV: €139.000+ belasting + boete.
Hoe FINEO de ODV automatisch beheert en bewaakt
De ODV is een terugkerende administratieve verplichting die over 20–40 jaar moet worden bewaakt. FINEO's Adviescentrum is daarvoor specifiek ontworpen.
Wat FINEO automatisch doet voor je ODV:
1. Jaarlijkse oprenting boeken — op basis van het wettelijke oprentingspercentage (2,72% in 2026) wordt de dotatie automatisch geboekt in de jaarrekening en als kosten in de winst-en-verliesrekening verwerkt.
2. Pensioendatum-monitoring — 18 maanden voor AOW-leeftijd verschijnt een herinnering in het Adviescentrum dat de ODV-uitkering binnen 18 maanden moet starten. Inclusief een berekening van de optimale jaarlijkse uitkering op basis van de verwachte belastingschijven.
3. Gelijkmatigheids-toets per jaar — voor elke uitkering controleert FINEO of het bedrag binnen de 110%-regel valt ten opzichte van vorig jaar. Bij afwijking wordt dit gemarkeerd als "risico op afkoop" en wordt een correctie voorgesteld.
4. Dividend-uitkeringstoets met ODV-impact — bij elke dividend-aanvraag berekent FINEO de uitkeerbare reserves ³met³ inachtneming van de ODV-passiefpost. De DGA krijgt direct te zien hoeveel dividend nog veilig kan worden uitgekeerd.
5. Lijfrente-conversie analyse — het Adviescentrum vergelijkt jaarlijks of ODV-behoud of conversie naar verzekerings-lijfrente fiscaal voordeliger is, op basis van werkelijke BV-cashflow, DGA-leeftijd, en levensverwachting.
6. BV-overdracht / liquidatie pre-check — bij een verkoop- of liquidatie-intentie genereert FINEO een ODV-checklist met alle stappen die moeten worden afgehandeld vóór de transactie.
Voor de meeste DGA's scheelt deze automatisering 4–6 uur boekhouder-tijd per jaar, plus duizenden euro's aan vermijdbare belastingrisico's.
Praktijkvoorbeeld: DGA Marc met ODV van €120.000
Marc is 62 en runt zijn IT-consultancy via Marc Holding BV. Bij de PEB-afschaffing in 2017 koos hij voor route 2: omzetten in ODV. Toen stond de waarde op €95.000.
Stand 2026 (na 9 jaar oprenting): - ODV-saldo: €120.300 (gemiddeld 2,7% oprenting per jaar) - BV-cashflow: gezond, €180.000 liquide middelen - Dividend laatste 3 jaar: €40.000 per jaar gemiddeld - Pensioendatum: 67 (AOW)
Beslismoment 2026: ODV behouden of omzetten naar lijfrente?
FINEO's Adviescentrum berekent twee scenario's:
*Scenario A — ODV behouden in BV:* - Vanaf 67 jaarlijks €6.500 uitkeren over 20 jaar - Belastingvoordeel BV: €120.000 dotatie aftrekbaar, jaarlijks €1.770 oprentingsaftrek - DGA-belasting: 36,97% over uitkering = €2.403 per jaar - Netto resultaat: BV blijft eigendom van Marc, ODV-uitkering kan worden afgestemd op andere inkomsten - Risico: Marc moet AOW-pensioen + ODV-uitkering goed coördineren om in lage schijf te blijven
*Scenario B — ODV omzetten naar verzekerings-lijfrente:* - BV stort €120.300 bij verzekeraar, ontvangt levenslange lijfrente van €7.200 per jaar - Geen 20-jaar-limiet — doorlopend tot overlijden - BV is "schoon" en kan worden verkocht of dividenden worden uitgekeerd zonder ODV-blokkade - Marc verliest controle over uitkeringstempo
FINEO adviseert in dit specifieke geval scenario A (ODV behouden) omdat Marc geen verkoopplannen heeft en de cashflow ruim is. Voorwaarde: jaarlijks de oprenting correct boeken en vanaf 67 de gelijkmatige uitkering automatisch laten verlopen via FINEO Payroll.
Deze analyse — inclusief belastingberekening en risico-flagging — wordt automatisch gegenereerd door het Adviescentrum, zonder dat Marc een fiscalist hoeft te raadplegen.
ODV vs lijfrenteverzekeraar: harde vergelijking
Voor DGA's die overwegen om hun ODV om te zetten naar een lijfrente bij een verzekeraar, hier de pure cijfervergelijking:
| Aspect | ODV in eigen BV | Lijfrente bij verzekeraar | |--------|-----------------|----------------------------| | Liquiditeit BV | ODV blokkeert dividenduitkering | BV is schoon, dividend vrij | | Levensduur uitkering | Maximaal 20 jaar na pensioendatum | Levenslang (tot overlijden) | | Flexibiliteit jaaruitkering | Hoog (binnen 110%-regel) | Laag (vast bedrag bij omzetting) | | Beheerkosten BV | Boekhouding + jaarlijkse dotatie | Eenmalig administratie + verzekeraarspremie | | Verzekeraarspremie / fees | Geen | 1–2% per jaar van het saldo | | Indexatie | Wettelijke oprenting (2,72% 2026) | Verzekeraar-afhankelijk (vaak vast tarief) | | Bij BV-overname | Dealbreaker zonder afwikkeling | Volledig privé — geen issue | | Bij overlijden DGA | Restant ODV vervalt of gaat naar erven | Lijfrente stopt of partner-uitkering (afh. polis) | | Belastingoptimalisatie | Hoog (kan afgestemd op andere inkomsten) | Beperkt (vast bedrag in box 1) |
Conclusie: - BV met ruime liquiditeit + DGA met lange-termijn-eigendom-intentie → ODV behouden - BV met krappe cashflow OF DGA wil verkopen / liquideren → lijfrente bij verzekeraar - DGA twijfelt over levensverwachting boven 87 → lijfrente (langlevenrisico-bestendig)
De break-even is voor elke DGA anders. FINEO's Adviescentrum berekent deze automatisch op basis van werkelijke gegevens.
Hoe zorg je dat je ODV in 2026 op orde is?
Concrete actieplan voor elke DGA met een ODV op de balans:
1. Inventariseer je ODV-saldo Vraag bij je boekhouder of in je laatste jaarrekening de ODV-passiefpost op. Vergelijk met de oorspronkelijke 2017-waarde plus jaarlijkse oprenting.
2. Verifieer de jaarlijkse oprenting Is het percentage correct toegepast (2,72% voor 2026)? Is de oprentingsaftrek geboekt in de winst-en-verliesrekening? Bij twijfel: laat FINEO het automatisch berekenen en boeken.
3. Bepaal pensioendatum + uitkeringsplan Wanneer wil je beginnen uitkeren? Is je AOW-leeftijd het automatische moment, of wil je 5–10 jaar eerder beginnen? Plan de jaarlijkse uitkering zodat je in de lage belastingschijf blijft.
4. Doe een dividend-impactanalyse Wil je de komende jaren dividend uitkeren? Bereken hoeveel uitkeerbare reserve je hebt na aftrek van de ODV-passiefpost. FINEO genereert deze berekening automatisch.
5. Overweeg lijfrente-omzetting Laat FINEO een vergelijkende berekening maken (ODV behouden vs verzekerings-lijfrente). Het verschil is vaak €10.000–€50.000 over de gehele uitkeringsperiode.
6. BV-overdracht in zicht? Als je over 1–3 jaar wilt verkopen of stoppen: begin nu met de ODV-afwikkeling. Een ODV op de balans is een dealbreaker en kan de overnameprijs met 50%+ drukken.
7. Activeer FINEO's Adviescentrum De ODV-bewaking is standaard onderdeel van het Volledig-pakket. Zelf doen+ tier biedt automatische oprentingsboeking + pensioendatum-herinneringen.