Faillissement van je BV in 2026: stappenplan, bestuurdersaansprakelijkheid en de alternatieven
20 juni 2026 · 17 min leestijd
Faillissement is niet het einde van jou — tenzij je het verkeerd aanpakt
Een BV is een rechtspersoon met een eigen vermogen, en dat is precies waarom je hem hebt opgericht: gaat het mis, dan is in beginsel de BV failliet, niet jij. Maar dat "in beginsel" is waar het misgaat. Een curator die een lege boedel aantreft, kijkt als eerste naar het bestuur — en als je de afgelopen jaren je administratie of je deponering niet op orde had, staat je privévermogen ineens wél op het spel.
Dit artikel legt uit wat een faillissement van een BV in 2026 concreet inhoudt: het stappenplan van aanvraag tot afwikkeling, wanneer je als bestuurder persoonlijk aansprakelijk wordt (art. 2:248 BW), en — minstens zo belangrijk — de drie routes die je BV nog kunnen redden vóórdat een faillissement onafwendbaar is: de WHOA, surseance van betaling en (bij een lege BV) turboliquidatie.
De rode draad: hoe eerder je handelt en hoe beter je cijfers op orde zijn, hoe groter de kans dat je het bedrijf redt én je privévermogen beschermt.
Wanneer is een BV failliet?
Een rechtbank verklaart een BV failliet als die "in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen". Daarvoor zijn in de praktijk twee dingen nodig: meerdere schulden (pluraliteit van schuldeisers) en ten minste één opeisbare vordering die onbetaald blijft.
Een faillissement kan op drie manieren worden aangevraagd:
| Aanvrager | Wanneer | |---|---| | Een schuldeiser | Je betaalt een opeisbare factuur niet en er is minstens één andere schuldeiser | | De BV zelf (eigen aangifte) | Het bestuur ziet dat het niet meer gaat; soms verplicht om verdere schade te voorkomen | | Het Openbaar Ministerie | Zelden, bij een algemeen belang |
De Belastingdienst is in de praktijk een veelvoorkomende aanvrager. Belangrijk: je eigen aangifte doen is niet "opgeven" — soms is het juist de zorgvuldige keuze, omdat dóórgaan terwijl je weet dat je niet meer kunt betalen leidt tot nieuwe schulden waarvoor je persoonlijk aansprakelijk kunt zijn (selectieve betaling, het aangaan van verplichtingen die je niet kunt nakomen).
Eerst dit: zit je in zwaar weer, kijk dan naar de alternatieven
Een faillissement is de laatste optie, niet de eerste. In 2026 heb je drie legale routes om een BV met betalingsproblemen te redden of gecontroleerd te beëindigen, plus het faillissement zelf:
| Route | Wanneer | Wie houdt de regie | Doel | |---|---|---|---| | WHOA (onderhands akkoord) | Levensvatbaar bedrijf, te hoge schuldenlast | Het bestuur blijft aan het roer | Schulden herstructureren via een dwangakkoord, zónder faillissement | | Surseance van betaling | Tijdelijk liquiditeitsprobleem, herstel mogelijk | Bestuur + bewindvoerder samen | Tijdelijk uitstel van betaling om te herstellen | | Turboliquidatie | BV heeft geen baten meer | Het bestuur | Lege BV direct beëindigen (zie aparte gids) | | Faillissement | Geen herstel meer mogelijk | De curator | Vereffening van de boedel ten behoeve van schuldeisers |
Het verschil zit in de regie. Bij een WHOA en surseance houd je (deels) zelf de controle; bij een faillissement neemt de curator het volledig over. Wie te lang wacht, verspeelt de routes die de regie bij hem houden.
Het faillissement-stappenplan: van uitspraak tot afwikkeling
Wordt het faillissement uitgesproken, dan verloopt het in grote lijnen zo:
1. Uitspraak + benoeming. De rechtbank verklaart de BV failliet, benoemt een curator (een advocaat) en een rechter-commissaris die toezicht houdt. 2. Beslag op de boedel. Vanaf de uitspraak verliest het bestuur de beschikking over het vermogen; alles valt in de faillissementsboedel. De curator beheert en vereffent. 3. Inventarisatie. De curator brengt activa, schulden, lopende contracten en de administratie in kaart — en onderzoekt het handelen van het bestuur (zie de volgende sectie). 4. Doorstart of vereffening. De curator kijkt of (delen van) het bedrijf levensvatbaar zijn voor een doorstart (verkoop van activiteiten/activa), anders wordt alles te gelde gemaakt. 5. Verificatie. Schuldeisers dienen hun vorderingen in; de curator stelt vast wat erkend wordt. Er geldt een rangorde (boedelschulden, preferente schulden zoals de Belastingdienst, dan concurrente schuldeisers). 6. Uitdeling of opheffing. Is er geld te verdelen, dan volgt een uitdelingslijst; is de boedel leeg, dan wordt het faillissement opgeheven "bij gebrek aan baten".
De doorlooptijd loopt sterk uiteen — van maanden bij een lege boedel tot jaren bij een complex faillissement met een doorstart en juridische procedures.
De grote val: bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:248 BW)
Dit is waar een faillissement persoonlijk wordt. Op grond van art. 2:248 BW kan de curator het bestuur hoofdelijk aansprakelijk stellen voor het volledige tekort in de boedel als sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is.
Normaal moet de curator dat bewijzen. Maar de wet geeft hem een enorme voorsprong in twee gevallen:
> Heeft het bestuur niet voldaan aan de administratieplicht (art. 2:10 BW) of de publicatieplicht / deponering van de jaarrekening (art. 2:394 BW), dan staat vast dat het zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld, én wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is.
De bewijslast draait dan om: niet de curator moet jouw falen bewijzen, jij moet bewijzen dat het onbehoorlijke bestuur géén belangrijke oorzaak was — een bijna onmogelijke positie. Een te laat gedeponeerde jaarrekening van een van de afgelopen drie boekjaren, of een rommelige administratie, is dus letterlijk het verschil tussen "de BV is failliet" en "ik ben privé aansprakelijk voor het hele tekort".
Aanvullende risico's die de curator kan inzetten: de actio pauliana (art. 42 Fw — vernietiging van rechtshandelingen die schuldeisers vlak vóór faillissement hebben benadeeld, zoals het wegsluizen van geld of het selectief betalen van een bevriende crediteur of jezelf), en het civielrechtelijk bestuursverbod (maximaal 5 jaar geen bestuurder mogen zijn) bij faillissementsfraude of herhaald wanbeleid.
De WHOA: je BV redden zonder faillissement
De WHOA (Wet homologatie onderhands akkoord, in werking sinds 1 januari 2021) is het krachtigste reddingsinstrument dat Nederland kent. Het laat een onderneming met een te zware schuldenlast — maar een levensvatbare kern — een dwangakkoord aanbieden aan haar schuldeisers, buíten een faillissement of surseance om.
Wat de WHOA bijzonder maakt:
- Het bestuur blijft aan het roer. Anders dan bij een faillissement (curator) of surseance (bewindvoerder) houd je zelf de leiding over de onderneming tijdens het traject. - Een akkoord kan worden afgedwongen. Stemt een meerderheid binnen een klasse schuldeisers in, dan kan de rechter het akkoord "homologeren" (goedkeuren), waarna ook tegenstemmers eraan gebonden zijn. - Ook preferente schulden (zoals belastingschulden) kunnen in een WHOA-akkoord worden betrokken — iets wat bij een akkoord in faillissement of surseance niet kan.
De WHOA is bedoeld voor ondernemingen die in de kern gezond zijn maar door schulden dreigen om te vallen. Wie er op tijd bij is, herstructureert de schulden en gaat door — in plaats van alles te verliezen in een faillissement.
Surseance, doorstart en de praktijk
Surseance van betaling is tijdelijk uitstel van betaling: de rechtbank verleent het, een bewindvoerder wordt aangesteld, en de onderneming krijgt lucht om te herstellen of een akkoord voor te bereiden. Het werkt alleen tegen concurrente (gewone) schuldeisers, niet tegen preferente schulden zoals belastingen — een belangrijke beperking, en de reden dat surseance in de praktijk vaak een opstap naar een faillissement of WHOA is.
Doorstart. Ook ín een faillissement kan waarde behouden blijven. De curator verkoopt levensvatbare bedrijfsonderdelen (activa, klantcontracten, soms personeel) aan een koper — soms aan een partij die met de oude ondernemer is verbonden. Een doorstart is legitiem, maar staat onder het vergrootglas van de curator en de rechter-commissaris: de prijs moet zakelijk zijn en schuldeisers mogen niet worden benadeeld.
Wat je nú moet doen als het spant
De fouten die bestuurders privé aansprakelijk maken, worden bijna allemaal in de laatste maanden gemaakt — onder druk, zonder overzicht. Concreet:
- Stop met selectief betalen. Een bevriende leverancier of jezelf voortrekken terwijl je weet dat je niet iedereen kunt betalen, is een klassieke pauliana-val. - Ga geen nieuwe verplichtingen aan die je redelijkerwijs niet meer kunt nakomen (Beklamel-norm: aansprakelijk als je namens de BV contracteert terwijl je weet of moet weten dat de BV niet kan betalen). - Houd je administratie en deponering op orde — juist nu. Dit is je bewijslast tegen het 2:248-vermoeden. - Schakel op tijd hulp in. Een herstructureringsadviseur of insolventieadvocaat ingeschakeld bij de eerste serieuze signalen kan vaak nog een WHOA of doorstart regelen; ingeschakeld bij de deurwaarder is dat meestal te laat.
Meld betalingsonmacht bij de Belastingdienst tijdig (binnen de wettelijke termijn) — niet-tijdige melding is op zichzelf een grond voor bestuurdersaansprakelijkheid voor belasting- en premieschulden.
Hoe FINEO je beschermt — vóór het zover komt
Een faillissement begint zelden plotseling; het kondigt zich maanden van tevoren aan in de cijfers — als je die actueel hebt. FINEO houdt je bank- en kasstromen continu en automatisch geboekt, zodat je liquiditeit en je 30/60/90-dagen-prognose altijd kloppen en een naderend tekort vroeg zichtbaar is — vroeg genoeg om nog een WHOA of herstructurering te kunnen kiezen in plaats van een faillissement. En mocht het toch misgaan: doordat je administratie en je deponering aantoonbaar op orde zijn, staat de bewijslast tegen het 2:248-vermoeden aan jouw kant in plaats van die van de curator. Dat is precies het verschil tussen "de BV is failliet" en "ik ben het privé."