Box 3 in 2026 en de Wet werkelijk rendement 2028: wat DGA's nu moeten weten

9 mei 2026 · 18 min leestijd

Box 3 in 2026: forfait + tegenbewijs in de overgangsfase naar werkelijk rendement

Box 3 is de belasting op je privé-vermogen — spaargeld, beleggingen, vakantiewoningen, vorderingen, en (sinds 2017) ook crypto. Voor DGA's in 2026 staat dit terrein in overgangsfase tussen het oude forfaitaire stelsel en de aankomende Wet werkelijk rendement (WWR) die de Tweede Kamer op 12 februari 2026 heeft aangenomen.

De situatie nu (mei 2026): - Het forfaitaire stelsel is nog actief: vermogen wordt belast tegen verondersteld rendement (1,44% voor spaargeld, 7,78% voor beleggingen) × 36% - Een tegenbewijsregeling maakt het mogelijk om je werkelijk rendement op te geven als dat lager is — gevolg van Hoge Raad-arresten juni 2024 - De Wet werkelijk rendement is door de Tweede Kamer aangenomen, wacht op de Eerste Kamer, en moet per 1 januari 2028 ingaan (mogelijk uitloop naar 2029 als de Eerste Kamer aanpassingen vraagt)

Voor een DGA met €500.000 spaargeld + beleggingen privé buiten de BV is dit ook strategisch terrein: het verschil tussen forfaitair en werkelijk rendement, en tussen 2026 en 2028, kan duizenden tot tienduizenden euro's schelen.

Deze gids loodst je door: het forfaitaire stelsel 2026, de tegenbewijsregeling, de Hoge Raad-context, wat de Wet werkelijk rendement gaat veranderen, en welke planning nu zinvol is.

De forfaits 2026 — wat de Belastingdienst standaard hanteert

Het box 3-stelsel 2026 verdeelt jouw vermogen in drie categorieën met elk een eigen forfaitair rendementspercentage:

| Categorie | Wat valt eronder | Forfait 2026 | |---|---|---| | Spaargeld | Bank- en spaarrekeningen, deposito's | 1,44% | | Overige bezittingen | Beleggingen, aandelen, obligaties, kunst, vorderingen, crypto, vastgoed | 7,78% | | Schulden | Box 3-schulden (niet eigenwoningschuld) | 2,57% (aftrek) |

Heffingsvrij vermogen 2026: - Alleenstaande: €59.357 - Fiscale partners samen: €118.714

Elk vermogen onder deze drempel telt niet voor box 3.

Tarief box 3 2026: 36% over het rendement.

Rekenvoorbeeld 1 — alleenstaande DGA, €100.000 spaargeld: - Spaargeld na heffingsvrij vermogen: €100.000 − €59.357 = €40.643 - Forfaitair rendement: €40.643 × 1,44% = €585 - Box 3-belasting: €585 × 36% = €211

Rekenvoorbeeld 2 — DGA met €300.000 beleggingen: - Belegd vermogen na vrijstelling: €300.000 − €59.357 = €240.643 - Forfaitair rendement: €240.643 × 7,78% = €18.722 - Box 3-belasting: €18.722 × 36% = €6.740

Rekenvoorbeeld 3 — DGA met €100.000 spaargeld + €300.000 beleggingen: - Totaal vermogen: €400.000 − €59.357 = €340.643 belastbaar - Vermogen pro-rata verdeeld over schijven (spaargeld vs overige), simpel: - Spaargeld-rendement (op pro-rata): ongeveer €100K × 1,44% = €1.440 - Beleggingen-rendement: ongeveer €300K × 7,78% = €23.340 - Totaal forfaitair rendement: €24.780 - Naar verhouding belastbaar (340.643/400.000 = 85,16%): €24.780 × 85,16% = €21.105 - Box 3-belasting: €7.598

*(Note: de Belastingdienst hanteert in 2026 een complexere methode waarbij forfaitair rendement eerst wordt berekend op het totale vermogen vóór vrijstelling, en daarna pro-rata wordt verdeeld. Bovenstaande is een vereenvoudiging.)*

Tegenbewijsregeling: opgeven van je werkelijk rendement vanaf 2025

Sinds belastingjaar 2025 (aangifte 2026) kunnen alle box 3-belastingplichtigen kiezen tussen:

- Forfaitair rendement (de bovenstaande standaard-berekening), OF - Werkelijk rendement (jouw daadwerkelijke rendement op basis van bewijsstukken)

De Belastingdienst hanteert automatisch het laagste van de twee — je betaalt nooit meer dan met de forfait-methode.

Wanneer is werkelijk rendement voordeliger? Vooral wanneer je belegd vermogen lager rendement opleverde dan 7,78% (forfait beleggingen). Concreet:

- Spaargeld op rentebasis 1,5%-2% (typisch): forfait spaargeld is 1,44% — werkelijk rendement is iets hoger, dus geen voordeel - Beleggingen met rendement < 7,78% (typisch in correctie-jaren): werkelijk rendement is voordeliger - Beleggingen met negatief rendement (verlies): werkelijk rendement = 0 of negatief, je betaalt nul box 3 (mits je het kunt aantonen) - Verhuurd vastgoed met netto-rendement onder 7,78% (typisch na onderhoud + leegstand): werkelijk rendement gunstig

Wat moet je aantonen? - Bankafschriften of beleggingsoverzichten met begin- en eindstand - Werkelijk ontvangen rente, dividend, huur - Werkelijk gerealiseerde koerswinsten/-verliezen (verkoop minus aankoop) - Onderhoudskosten en exploitatie-uitgaven (voor vastgoed)

Indienen via formulier OWR Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) — bij de IB-aangifte 2025 (in te dienen vóór 1 mei 2026 of via uitstel).

Belangrijk: vanaf 2025 IB-aangifte staat de tegenbewijsroute officieel in de aangifte zelf (geen apart bezwaar nodig). Dit is een doorbraak — eerder was bezwaar nodig.

Retroactiviteit: de Hoge Raad-arresten van juni 2024 stelden vast dat het forfaitaire stelsel mogelijk in strijd is met het eigendomsrecht (artikel 1 EP EVRM). Daarom geldt de tegenbewijsregeling terugwerkend vanaf 2017 voor reeds opgelegde aanslagen — DGA's die in 2017-2024 te veel hebben betaald kunnen via een verzoek herstel krijgen.

De Hoge Raad-arresten juni 2024 — context van het hele probleem

Het huidige box 3-stelsel is sinds 2017 verschillende keren door de Hoge Raad afgekeurd. De kernarresten van juni 2024 legden de basis voor de huidige tegenbewijsregeling:

HR 6 juni 2024 (kerstarrest-vervolg): De Hoge Raad bevestigde dat het forfaitaire stelsel — ook in de gerepareerde versie van de "Overbruggingswet box 3" — in strijd kan zijn met artikel 1 Eerste Protocol EVRM (eigendomsrecht). Conclusie: belastingplichtigen mogen werkelijk rendement opvoeren als dat lager is dan het forfaitaire rendement.

Praktische consequentie: - Geen forfaitair rendement boven werkelijk rendement - Tegenbewijsregeling wettelijk verankerd in de Wet IB 2001 (artikel 5.2 lid 5) - Geldt voor alle aanslagen vanaf 2017 - Belastingdienst moet bij aangifte de keuze geven - Werkelijk rendement = directe inkomsten (rente, dividend, huur) PLUS gerealiseerde vermogenswinsten/-verliezen MINUS aftrekbare kosten

Hersteloperatie 2026: De Belastingdienst heeft een hersteloperatie lopen voor reeds opgelegde aanslagen 2017-2024. DGA's en andere vermogenden ontvangen of hebben ontvangen brieven met: - Mogelijkheid om alsnog werkelijk rendement op te geven - Automatische herziening voor evident te-hoge aanslagen - Termijn: 5 jaar na de aanslag

Voor 2026: de tegenbewijsregeling is direct in de aangifte verwerkt — geen aparte stap nodig.

Politieke context: Het kabinet heeft sinds 2024 wisselend gepoogd het forfait te verfijnen (bijvoorbeeld lagere percentages voor banken, hogere voor beleggingen). Maar de structurele oplossing blijft: een stelsel op basis van werkelijk rendement. Dat wordt de Wet werkelijk rendement (zie volgende sectie).

Wet werkelijk rendement (WWR) — wat verandert er per 2028

De Wet werkelijk rendement is door de Tweede Kamer aangenomen op 12 februari 2026. Status nu (mei 2026): wacht op behandeling Eerste Kamer. Doelinvoeringsdatum: 1 januari 2028. Bij Eerste Kamer-aanpassingen kan dit doorschuiven naar 2029 of later.

Het kernprincipe: elk type vermogen wordt belast op basis van werkelijk gerealiseerd rendement, niet meer op forfaits.

Twee belasting-vormen worden gecombineerd:

1. Vermogensaanwasbelasting (voor liquide beleggingen — aandelen, obligaties, ETF's) - Belasting over de jaarlijkse waardestijging (eind − begin), of de waardedaling als verlies aftrekbaar - Geldt OOK als je niet hebt verkocht (latente winst belast) - Vergelijkbaar met de Amerikaanse 'mark-to-market' maar minder ingrijpend - Tarief: 36%

2. Vermogenswinstbelasting (voor minder-liquide beleggingen — onroerend goed, niet-genoteerde aandelen, kunst) - Belasting over de gerealiseerde winst bij verkoop - Latente winst NIET belast - Tarief: 36%

Direct rendement (rente, dividend, huur): - Direct in het belastingjaar van ontvangst belast - Tarief: 36%

Geen heffingsvrij vermogen meer — vervangen door: - Heffingsvrij rendement van €1.800 per persoon per jaar (€3.600 voor fiscaal partners) - Dat is een drastische wijziging: wie nu net onder de €59.357-vrijstelling zit en geen box 3 betaalt, kan vanaf 2028 wél belasting betalen als zijn rendement boven €1.800 uitkomt

Verlies-verrekening: - Verliezen kunnen worden verrekend met rendement uit andere categorieën in hetzelfde jaar - Niet-verrekend verlies kan 9 jaar voorwaarts worden meegenomen - Achterwaartse verrekening: 1 jaar (in nader uit te werken vorm)

Belangrijkste implicaties voor DGA's: - Wie sterk groeiende beleggingen heeft, betaalt jaarlijks belasting OOK zonder verkoop (cashflow-impact) - Wie verlies maakt, kan dat aftrekken (in tegenstelling tot het oude forfait) - Tweede huis of vakantiewoning: vermogenswinst pas bij verkoop, ondertussen huurinkomsten direct belast - Pensioenrekeningen, lijfrente, ODV: niet onder box 3 (separate regimes blijven)

Vermogenswinst- vs vermogensaanwasbelasting: het kernverschil

Het onderscheid tussen vermogensaanwasbelasting (jaarlijks, ook zonder verkoop) en vermogenswinstbelasting (alleen bij verkoop) is de meest impactvolle DGA-strategische beslissing onder de WWR.

Welke activa krijgen welk regime?

| Categorie | Regime onder WWR | Praktisch effect | |---|---|---| | Beursaandelen, ETF's, obligatiefondsen | Aanwas | Jaarlijks belasten op waardestijging — cashflow-effect | | Beleggingsfondsen (open-end) | Aanwas | Jaarlijks belasten | | Deposito's, spaarrekeningen | Direct rendement | Rente belast in jaar ontvangst | | Vastgoed (verhuurd of leeg) | Winst | Pas belasten bij verkoop | | Niet-beursgenoteerde aandelen (NIET ab) | Winst | Pas belasten bij verkoop | | Lening aan derden / vorderingen | Direct rendement | Rente belast in jaar ontvangst | | Crypto (volatile) | Aanwas (waarschijnlijk) | Jaarlijks belasten — definitieve regelgeving nog onduidelijk | | Kunst, oldtimers, edelmetaal | Winst | Pas belasten bij verkoop |

Cashflow-implicatie voor DGA's met groeiende portfolio:

Stel een DGA heeft €500.000 in beursaandelen. In 2028 stijgt de portfolio met 12% naar €560.000. Hij heeft NIETS verkocht.

- Onder WWR (aanwas): €60.000 winst × 36% = €21.600 box 3-belasting verschuldigd - Cashflow-issue: hij moet €21.600 vinden zonder verkoop — uit zijn salaris, dividend uit BV, of door tóch wat aandelen te verkopen

Dit is een echte gedragsverandering: passieve beleggers met groeiende portfolios moeten plotseling liquiditeit reserveren voor de jaarlijkse aanslag.

Strategische implicaties: - Verschuif beleggingen uit beursfondsen naar vastgoed als je de aanwas-jaarheffing wilt vermijden (alleen relevant als doel langdurig houden is) - Concentreer beursbeleggingen onder WWR-grens — €1.800 heffingsvrij rendement = €15.000 belegd vermogen tegen 12% groei = nul belasting - Verspreid eigendom over fiscaal partner (€3.600 totaal heffingsvrij rendement) - Beperk groeitempo: defensiever portfolio = minder aanwas = minder jaarlijkse heffing (maar lagere langetermijn-yield)

Of de andere route: breng beleggingen onder in de BV. Dat haalt ze uit box 3 maar plaatst ze in de VPB-sfeer (19%/25,8% over winst, plus 24,5%/31% box 2 bij dividenduitkering). Voor zeer langlopende beleggingen kan dit gunstiger zijn — laat een fiscalist doorrekenen.

Praktijkvoorbeeld: DGA met €500.000 portfolio in 2026 vs 2028

Casus: Anne is enig DGA van een Amsterdamse ontwerpstudio. Ze houdt privé: - €100.000 spaargeld op een ING Business Saver (2,1% rente) - €350.000 beleggingen via DEGIRO (gemiddeld jaarlijks rendement laatste 5 jaar: 9,2%) - €50.000 obligatiefonds (4,3% rendement)

Totaal: €500.000 privé-vermogen.

Box 3-belasting 2026 (forfaitair regime): - Spaargeld €100.000 × 1,44% = €1.440 - Beleggingen + obligaties €400.000 × 7,78% = €31.120 - Totaal forfaitair rendement: €32.560 - Heffingsvrij vermogen: €59.357 → pro-rata afgetrokken (~11,87%) - Belastbaar rendement: €32.560 × 88,13% = €28.694 - Box 3-belasting: €28.694 × 36% = €10.330

Box 3-belasting 2026 met tegenbewijs (werkelijk rendement): - Spaargeld werkelijk: €100.000 × 2,1% = €2.100 - Beleggingen werkelijk (gemiddeld): €350.000 × 9,2% = €32.200 - Obligaties werkelijk: €50.000 × 4,3% = €2.150 - Totaal werkelijk: €36.450 - Forfait blijft voordeliger → Belastingdienst hanteert €10.330 (laagste van twee)

In dit jaar verandert tegenbewijs niets — beleggingen rendeerden meer dan 7,78%.

Box 3-belasting 2028 (Wet werkelijk rendement, hypothetisch jaar): - Spaargeld werkelijk rendement (rente): €2.100 (direct rendement, 36%) - Beleggingen waardestijging (aanwas): €32.200 (waardestijging, 36%) - Obligaties rendement: €2.150 (direct rendement, 36%) - Totaal rendement: €36.450 - Heffingsvrij rendement: €1.800 → belastbaar €34.650 - Box 3-belasting 2028: €34.650 × 36% = €12.474

Conclusie: - 2026 forfaitair: €10.330 - 2028 WWR (jaar van groei): €12.474 - Verschil: €2.144 per jaar meer onder WWR voor goed groeiend portfolio

Maar: - 2028 WWR (jaar met -5% beleggingsverlies): rendement = €2.100 + (−€17.500) + €2.150 = -€13.250 → box 3 = €0 + verlies meeneembaar - In hetzelfde jaar onder forfait: €10.330 verschuldigd

Volatiliteit-implicatie: WWR is in groeijaren duurder, maar in verlies-jaren GUNSTIG (omdat verliezen aftrekbaar zijn). Voor DGA's met volatiele portfolios kan WWR over een 10-jaars-periode netto neutraal of zelfs gunstiger uitpakken.

Strategie 2026-2027: wat te doen voor de overgang

De overgangsperiode (2026-2027) biedt fiscaal-strategische manoeuvreruimte. Vier concrete strategieën voor DGA's:

Strategie 1 — Realiseer winsten vóór invoering WWR Onder de WWR worden beursaandelen jaarlijks op aanwas belast. Vóór 1 januari 2028 nog niet-gerealiseerde winsten staan onbelast op je portfolio. Realiseren (verkopen + onmiddellijk terugkopen indien gewenst) zou onder forfait alleen aan de jaarlijkse 7,78% heffing onderhevig zijn — niet aan een aparte heffing op de winst.

Maar let op: de Belastingdienst hanteert anti-misbruik-regels voor wash-sale-achtige constructies vlak voor invoering. Niet inzetten als pure trucage.

Strategie 2 — Aflossen van box 3-schulden vóór peildatum Box 3-schulden (niet eigenwoning, niet zakelijk) worden in 2026 met 2,57% in mindering gebracht op het belastbaar vermogen. Onder WWR is de behandeling van schulden nog onduidelijk. Aflossen vóór 1 januari 2028 kan strategisch zijn — vooral als je rente op de schuld hoger is dan 2,57%.

Strategie 3 — Schenken aan kinderen / fiscaal partner Verlaag je box 3-vermogen door schenkingen aan kinderen (jaarlijkse vrijstelling €6.713 per kind in 2026, eenmalig hoger). Het vermogen verdwijnt uit jouw box 3 en komt in dat van de ontvanger (mogelijk onder hun eigen heffingsvrij vermogen).

Voor fiscaal partners: beide hebben €59.357 heffingsvrij in 2026 (samen €118.714) en €1.800 heffingsvrij rendement onder WWR (samen €3.600). Verdeel vermogen optimaal tussen partners.

Strategie 4 — Bring privé-vermogen onder in de BV Voor zeer langlopende beleggingen kan inbreng in de eigen BV gunstiger zijn dan box 3: - BV-niveau: VPB 19% (eerste schijf tot €200K) of 25,8% over rendement - Bij uitkering: box 2 24,5% (eerste schijf €68.843) of 31% - Effectief: ~36-44% afhankelijk van waardestijging

Vergelijk met box 3 onder WWR (vlak 36%). Voor DGA's in box 2-eerste-schijf kan BV-route gunstig zijn voor lange termijn (10+ jaar). Voor kortere horizon: box 3 vaak beter omdat de BV-inbreng administratieve overhead heeft.

Strategie 5 — Eigenwoning hypotheek herstructureren Een eigenwoningschuld (annuïtair afgelost) telt NIET voor box 3. Maar een aflossingsvrije hypotheek-restant op een tweede woning telt wel. Herstructureren naar annuïtaire vorm (waar mogelijk) kan deze wegnemen.

Niet-strategie: wachten op meer politieke duidelijkheid. De WWR komt — de vraag is alleen of in 2028 of 2029. Voorbereidingen tijdig treffen voorkomt dat je in 2027 onder tijdsdruk fout-beslissingen neemt.

DGA-specifieke vraagstukken: vakantiewoning, second house, restitutie

Een aantal vragen die alleen DGA's en vermogende particulieren raken:

Vakantiewoning in box 3 — hoe wordt die belast? - 2026 forfaitair: WOZ-waarde wordt voor 100% gerekend onder 'overige bezittingen' (7,78%) tenzij verhuurd - 2028 WWR: alleen vermogenswinst bij verkoop belast + huurinkomsten direct - Strategisch: een goed-gerent buitenhuisje valt onder WWR vermogenswinstregime → gunstiger dan forfait voor wie niet verkoopt

Tweede huis in NL — verhuurd: - 2026 forfaitair: WOZ minus eventuele schuld × 7,78% - 2028 WWR: huurinkomsten direct belast 36% + vermogenswinst bij verkoop 36% - Voor buy-and-hold investors: WWR is netto gunstiger zolang waardestijging niet wordt gerealiseerd

Restitutie voor 2017-2024 te-hoog betaalde aanslagen: DGA's die in 2017-2024 box 3 betaalden over forfaitair rendement dat aantoonbaar boven hun werkelijk rendement uitkwam, kunnen restitutie aanvragen. Termijn: 5 jaar na de aanslag.

- Voor aanslag 2019: indienen vóór ~2024 — vrijwel verlopen - Voor aanslag 2020-2024: nog mogelijk - Indienen via formulier OWR (Opgaaf Werkelijk Rendement) bij de Belastingdienst - Bewijslast bij DGA: bankafschriften, beleggingsoverzichten, huurcontracten

Pensioen in eigen beheer / ODV — geen box 3 Bestaande PEB- en ODV-rechten vallen niet onder box 3 (apart pensioenregime). Geen actie nodig.

Lijfrente — geen box 3 Lijfrente-aanspraken (premiebetalend, wijzigend, ingegaan) vallen niet onder box 3. Geen actie nodig.

Aandelen in eigen BV (aanmerkelijk belang) — geen box 3 Aandelen waarvoor je een aanmerkelijk belang hebt (≥5%) vallen onder box 2, niet box 3. Geen actie nodig.

Lening aan eigen BV (DGA) — wel box 3 Een vordering die je hebt op je eigen BV (rekening-courant TEGEN — wat de DGA aan de BV verschuldigd is, valt onder excessief lenen, zie ander artikel) staat in box 3. Rente-inkomsten direct belast onder WWR. Voor 2026: forfaitair onder 'overige bezittingen' 7,78%.

Veelgemaakte fouten en valkuilen

Valkuil 1: Tegenbewijs vergeten op aangifte 2025. De tegenbewijsregeling staat NU automatisch in de IB-aangifte 2025 (in te dienen vóór 1 mei 2026). Wie geen werkelijk rendement opvoert, betaalt automatisch het forfaitaire bedrag — ook als zijn werkelijk rendement lager was.

Valkuil 2: Werkelijk rendement berekenen zonder kosten. Werkelijk rendement = inkomsten + waardestijging MINUS aftrekbare kosten. Vaak vergeten: bankkosten, beleggingsplatform-fees, advieskosten, onderhoud bij vastgoed.

Valkuil 3: Tegenbewijs alleen voor één categorie. De tegenbewijsregeling geldt voor het TOTALE box 3-vermogen, niet per categorie. Als je werkelijk rendement op beleggingen lager was maar op vastgoed hoger, moet je per persoon één gecombineerd cijfer geven.

Valkuil 4: WWR = forfait nul. Verwarring: onder WWR vervalt het heffingsvrij vermogen (€59.357), maar er komt heffingsvrij rendement (€1.800) voor in de plaats. Wie nu net onder de €59.357 zit en €0 box 3 betaalt, kan vanaf 2028 WEL betalen als zijn rendement >€1.800 is.

Valkuil 5: Cashflow voor aanwas-belasting niet plannen. Onder WWR betaal je over portfolio-aanwas zonder verkoop. Als je portfolio €100.000 stijgt zonder dat je verkoopt, is er €36.000 aan box 3-belasting verschuldigd. Reserveer hiervoor liquiditeit.

Valkuil 6: Schenken zonder aangifte. Een schenking aan kinderen om box 3-vermogen te verlagen moet worden aangegeven binnen 2 maanden na het kalenderjaar. Niet aangegeven = boete + naheffing.

Valkuil 7: Restitutie 2017-2019 te laat aanvragen. De 5-jaars-termijn is hard. Aanslagen ouder dan 5 jaar kunnen niet meer worden teruggevorderd, ook niet als ze evident te hoog waren.

Valkuil 8: BV-inbreng als shortcut zonder doorrekening. Inbrengen van box 3-vermogen in eigen BV LIJKT vaak gunstig (lager VPB-tarief), maar alleen na uitkering en bij lange horizon. Bij eerstvolgende dividenduitkering komen alle box 2-tarieven in beeld. Laat doorrekenen vóór een onomkeerbare inbreng.

Box 3 + andere DGA-fiscale planning: hoe past het in je geheel?

Box 3 staat niet op zichzelf. Voor een DGA past het in een breder kader van vier fiscale instrumenten:

Box 1 (loon): gebruikelijk loon, lijfrente-aftrek, parttime-DGA-strategie. Tarief 37% (eerste schijf) of 49,5%.

Box 2 (aanmerkelijk belang): dividend, vervreemdingswinst, excessief lenen. Tarief 24,5% / 31%.

Box 3 (privé-vermogen): spaargeld, beleggingen, verhuurd vastgoed. Tarief forfait/WWR 36%.

VPB binnen BV: rendement op BV-niveau. Tarief 19% / 25,8%.

Het optimum hangt af van horizon en gebruik: - Korte horizon (1-3 jaar) + uitgaven uit privé: box 3 is de simpelste route - Middellange horizon (3-7 jaar) + groeiend vermogen: schuif tussen boxen op basis van marginaal tarief - Lange horizon (7+ jaar) + niet-uitkerend: BV-inbreng kan gunstiger zijn bij langlopende compounding

Cross-link met excessief lenen-pillar: Een DGA mag niet meer dan €500.000 schuldig zijn aan zijn eigen BV (Wet excessief lenen). Vermogen overhevelen vanuit privé naar BV door dividenduitkering verlaagt deze schuld én verlaagt box 3. Tweesnijdend zwaard.

Cross-link met BOR / DSR-ab: Voor DGA's met overdrachtsplanning is BOR (€1.534.500 vrijstelling) een potentiële route om vermogen aan kinderen door te geven zonder schenkbelasting. Cumulatief met box 3-planning: schenken vermindert box 3-vermogen + benut BOR.

Praktische tijdlijn voor 2026-2028: - Q2 2026: check tegenbewijs op IB-aangifte 2025 - Q3 2026: strategieplan opstellen — schenken / aflossen / herstructureren - Q4 2027: definitieve invoering WWR bevestigen + cashflow-planning aanwas - Q1 2028: eerste WWR-aangifte voorbereiden

Beslis-checklist: ben je klaar voor box 3 2026 + WWR 2028?

Beantwoord deze 10 vragen om te bepalen of je box 3-strategie up-to-date is:

1. Heb je in je IB-aangifte 2025 (in te dienen vóór 1 mei 2026) je werkelijk rendement opgevoerd via formulier OWR? 2. Houd je vermogensoverzichten bij (bankafschriften, beleggingsoverzichten, huurcontracten) per kalenderjaar? 3. Is je box 3-vermogen optimaal verdeeld over fiscaal partners (€59.357 heffingsvrij vermogen elk in 2026; €1.800 heffingsvrij rendement elk vanaf 2028)? 4. Heb je box 3-schulden die >2,57% rente dragen (kandidaat voor aflossen)? 5. Heb je beleggingen met aanzienlijk groeipotentieel die onder WWR-aanwas zullen vallen (cashflow-planning nodig)? 6. Heb je tweede huis of vakantiewoning waar WWR-vermogenswinst van toepassing wordt? 7. Heb je restitutie aangevraagd voor box 3-aanslagen 2020-2024 als die te hoog waren? 8. Heb je schenkingsplanning naar kinderen om box 3-vermogen te verlagen? 9. Heb je doorgerekend of inbreng van privé-vermogen in eigen BV gunstiger is bij jouw horizon? 10. Heb je een fiscalist die je voor de WWR-overgang specifiek begeleidt?

8-10 "ja" → goed voorbereid. Jaarlijkse review op 1 oktober is voldoende. 5-7 "ja" → er liggen optimalisaties. Plan een sessie binnen 3 maanden. ≤4 "ja" → je betaalt waarschijnlijk te veel box 3 of bent niet voorbereid op WWR. Begin nu met een complete inventarisatie.

Tijdlijn voor planning: - T-24 maanden (mei 2026): inventarisatie + portfolio-classificatie aanwas vs winst - T-18 maanden (nov 2026): herallocatie tussen aanwas-categorieën en winst-categorieën waar gewenst - T-12 maanden (mei 2027): tegenbewijs-systematiek vaststellen voor IB 2026 - T-6 maanden (nov 2027): WWR-cashflow-planning concretiseren (liquiditeit reserveren voor jaarlijkse aanwas-belasting) - T-0 (jan 2028): WWR ingaat (tenzij uitstel naar 2029) — eerste WWR-aangifte indienen 2029

FINEO pakketten

Zelf doen

19/mnd

Volledig, ZZP & klein

99/mnd

Volledig, midden

199/mnd

All-in

399/mnd

Lees ook

Ontdek alle functies van FINEO AI-boekhouding

Bekijk de FINEO productpagina