DGA-loon verlagen via deeltijd + maximale lijfrente-aftrek 2026
30 april 2026 · 16 min leestijd
Het gebruikelijk loon van €58.000 in 2026: starting point
Voor 2026 staat het gebruikelijk loon voor DGA's op €58.000 (artikel 12a Wet LB 1964). Dit is het wettelijke minimum loon dat een DGA aan zichzelf moet uitkeren — onafhankelijk van of de BV winst maakt of niet. De Belastingdienst heeft drie maatstaven om het feitelijke gebruikelijk loon te bepalen, en het hoogste van deze drie geldt:
1. Het loon van de meest verdienende werknemer in de BV (of een gelieerde BV) 2. Het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking (extern) 3. Het wettelijke minimum van €58.000
Voor de meeste DGA's in MKB-BV's is route 3 leidend: er is geen werknemer die meer verdient en de meest vergelijkbare externe functie zit boven of rond €58.000. Resultaat: de DGA betaalt minimaal €58.000 × 36,97% = ~€21.500 aan inkomstenbelasting in de eerste schijf, ook als de BV deze ruimte liever zou herinvesteren.
Dit is voor veel ondernemers een fiscale rem. De vraag in 2026 wordt: kan ik dit loon legaal verlagen? Het antwoord is: ja, mits je voldoet aan de voorwaarden — en daar gaat dit artikel over.
Mag een DGA in deeltijd werken om gebruikelijk loon te verlagen?
Ja. Wettelijk gezien is er geen enkele bepaling die zegt dat een DGA fulltime moet werken. Een DGA mag in deeltijd werken voor de eigen BV — bijvoorbeeld 60% (24 uur per week) in plaats van fulltime (40 uur per week). Het gebruikelijk loon mag dan pro-rata worden verlaagd:
Pro-rata berekening 2026: - DGA werkt 60% → gebruikelijk loon: 60% × €58.000 = €34.800 - DGA werkt 50% → gebruikelijk loon: 50% × €58.000 = €29.000 - DGA werkt 40% → gebruikelijk loon: 40% × €58.000 = €23.200
Deze pro-rata methode is door de Hoge Raad bevestigd (HR 17 september 2004) en wordt geaccepteerd door de Belastingdienst, mits de DGA daadwerkelijk minder uren werkt en dat aannemelijk kan maken.
Wat de Belastingdienst niet accepteert: - Op papier 60% deeltijd, in praktijk fulltime aanwezig - Geen aantoonbare urenadministratie - Tegelijkertijd elders werken zonder dat aan parallel-werkgever wordt gemeld - DGA is enige werknemer en de BV heeft volledige operationele afhankelijkheid van de DGA (substance-test)
De Belastingdienst heeft in 2025 het beleid op handhaving aangescherpt: in 2026 en 2027 verwachten zij meer controles op DGA-loon. Wie een lager dan-norm loon hanteert moet de onderbouwing kunnen overleggen op verzoek.
Hoe onderbouw je een parttime DGA-positie?
De bewijslast voor een verlaagd gebruikelijk loon ligt bij de DGA. Vier elementen die de Belastingdienst doorgaans vraagt:
1. Aantoonbare urenadministratie Een agenda/timesheet die de gewerkte uren per week registreert. Dit kan via Outlook, Google Calendar, een tijdschrijf-app of een eenvoudige spreadsheet. Belangrijk: de administratie moet representatief zijn voor het hele jaar, niet alleen één maand.
2. Tweede inkomstenstroom of zinvolle alternatieve activiteit De Belastingdienst is sceptisch over een DGA die op papier 24 uur werkt zonder een geloofwaardige invulling van de overige uren. Voorbeelden van geaccepteerde alternatieven: - Tweede dienstbetrekking elders (parallel werkgever) - Mantelzorg, vrijwilligerswerk gedocumenteerd - Studie/cursus op aantoonbaar niveau - Andere zelfstandige activiteit (wel apart te belasten) - Kinderzorg in formele combinatie met partner
3. Realistische deeltijdfactor gerelateerd aan operationele realiteit Als de BV een omzet draait die volle aandacht vergt (bijvoorbeeld €500.000 met DGA als enige operator), is een 40%-deeltijd-claim moeilijk te verdedigen. De Belastingdienst zal "afroommethode" toepassen: het loon afleiden uit de winstpotentie van de BV. Voor MKB-BV's met meerdere medewerkers en duidelijke delegatie is een lager percentage haalbaarder.
4. Schriftelijke arbeidsovereenkomst tussen DGA en BV Leg de deeltijdpositie vast in een arbeidscontract: 24 uur per week, taakomschrijving, gewerkte dagen. Dit is intern, maar de Belastingdienst accepteert dit als basisbewijs.
FINEO's adviescentrum genereert automatisch een onderbouwingsrapport voor DGA's die kiezen voor parttime werkzaamheid — inclusief urenoverzicht, contract-template en prefilled vooroverleg-aanvraag.
Vooroverleg met de Belastingdienst: het juridisch zekere pad
Voor DGA's die kiezen voor een gebruikelijk loon onder €58.000 raadt vrijwel elke fiscalist aan om vooroverleg met de Belastingdienst te voeren. Vooroverleg is een formele procedure waarin je de afwijking voorlegt en een schriftelijke goedkeuring van de inspecteur verkrijgt. Voordelen:
Zekerheid voor 1–2 jaar Met een goedgekeurd vooroverleg ben je gevrijwaard van naheffing voor de afgesproken periode (meestal 1–2 jaar). Bij controle wijst de DGA simpelweg op de schriftelijke afspraak.
Geen verrassingen achteraf Zonder vooroverleg riskeer je dat de Belastingdienst achteraf alsnog het volledige €58.000 oplegt, met als gevolg: naheffing inkomstenbelasting + 4% rente per jaar over de "gemiste" loonbelasting + eventueel boete.
Hoe vraag je vooroverleg aan? 1. Schrijf een onderbouwingsmemo (max 4 pagina's) met: situatie, uren-onderbouwing, afgeleide loon, voorgesteld loon 2. Stuur naar de competente inspecteur via je BV-adres 3. Reactietermijn: meestal 4–6 weken 4. Bij goedkeuring: geldt voor het opgegeven jaar/periode 5. Bij afwijzing: in beroep, of het hogere loon hanteren
Kosten Vooroverleg zelf is gratis. Een fiscalist die het memo opstelt rekent meestal €500–€1.500. FINEO automatiseert het 80% van het werk — het Adviescentrum genereert de basismemo, de DGA hoeft alleen specifieke punten aan te vullen of een fiscalist het te laten reviewen.
Lijfrente-aftrek voor DGA in 2026: enorme ruimte na de WTP
Sinds de Wet toekomst pensioenen (WTP) in 2023 is de fiscale ruimte voor lijfrente-aftrek voor DGA's drastisch vergroot. De percentage in de jaarruimte-formule is verhoogd van 13,3% naar 30%. Dat betekent in 2026:
Jaarruimte 2026 — hoofdformule: ``` Jaarruimte = 30% × premiegrondslag − 6,27 × factor A ```
Waarbij: - Premiegrondslag = bruto-inkomen (max €137.800 in 2026) − AOW-franchise (€19.172) - Factor A = jaarlijkse pensioenaanwas in de Uniforme Pensioenoverzicht (UPO). Voor de meeste DGA's zonder werknemerspensioen: 0
Maximum jaarruimte 2026: ~€35.589 (bij maximaal premiegrondslag en factor A = 0)
Reserveringsruimte 2026 — inhalen van vorige jaren: Als je in vorige jaren niet de volledige jaarruimte hebt gebruikt, mag je dat de komende 10 jaar inhalen. Dit heet reserveringsruimte. Het maximum bedrag voor 2026: ~€42.753.
Combinatie maximaal: Jaarruimte + Reserveringsruimte = ~€78.342 lijfrente-aftrek mogelijk in 2026 voor één jaar.
Dit bedrag mag de DGA privé storten in een lijfrenterekening of -verzekering bij een derde partij (Brand New Day, Bright Pensioen, NN, AEGON, etc.) en is volledig aftrekbaar in box 1.
De combinatie: parttime DGA + maximum lijfrente-aftrek
Hier komt de fiscale optimalisatie van 2026 tot zijn recht. Door de twee strategieën te combineren krijgt de DGA een aanzienlijk lagere belastingdruk ³en³ een serieuze pensioenopbouw.
Stap 1: Lager DGA-loon door deeltijd De DGA werkt 60% (24 uur/week) en zet het gebruikelijk loon op €34.800. Vooroverleg met Belastingdienst gaat akkoord. Verschil met €58.000-norm: €23.200 minder bruto loon, dus minder loonbelasting (~€8.500 minder IB betaald per jaar).
Stap 2: Maximum lijfrente-aftrek Met €34.800 als premiegrondslag-input: - Premiegrondslag = €34.800 − €19.172 = €15.628 - Jaarruimte = 30% × €15.628 = €4.688
Dat lijkt weinig, maar de DGA kan de reserveringsruimte uit de afgelopen 10 jaar (waarin geen lijfrente was gestort) inzetten: tot €42.753 extra. Totaal lijfrente-aftrek: ~€47.000.
Stap 3: Resterend belastbaar inkomen - Bruto loon: €34.800 - Lijfrente-aftrek: €47.000 - Belastbaar inkomen: €0 (eventueel negatief, dat is niet doorgeven, dus de aftrek bedraagt feitelijk maximaal het inkomen ofwel €34.800)
Resultaat: De DGA betaalt geen inkomstenbelasting in box 1, bouwt €34.800 pensioen op in een lijfrente-product, en de BV kan de overgehouden €23.200 (verschil met €58.000) als overige reserve aanhouden of via dividend uitkeren tegen 24,5% box-2-tarief.
Totale belastingbesparing per jaar: - Geen IB op €34.800 in plaats van ~€12.870 IB als standaard loon: spaart €12.870 - Lager bruto loon spaart de BV ~€2.500 in werkgevers-WW + premies - Box 2 op uitgekeerd dividend: 24,5% over €23.200 = €5.684 (in plaats van €11.484 IB) - Netto besparing: circa €17.000–€20.000 per jaar
Na 10 jaar: €170.000–€200.000 in lijfrente-pensioenkapitaal opgebouwd, plus de cumulatieve belastingbesparing van €170.000+.
Praktijkvoorbeeld: DGA Sandra bespaart €18.000 per jaar
Sandra is 47, runt haar marketing-consultancy via Sandra B.V. en wil meer tijd voor haar gezin. Tot 2025 betaalde ze zichzelf €58.000 brutto loon. Resultaat: ~€21.500 inkomstenbelasting per jaar, geen pensioenopbouw buiten AOW.
2026: Nieuwe opzet via FINEO Adviescentrum
FINEO's adviescentrum analyseert haar situatie en stelt voor:
1. Deeltijdcontract: 24 uur/week (60%). Sandra besteedt de overige 16 uur aan kinderverzorging en een MBA-studie (aantoonbaar). Vooroverleg met Belastingdienst goedgekeurd. 2. Gebruikelijk loon: €34.800 (pro-rata 60% van €58.000). 3. Lijfrente-aftrek: Sandra heeft de afgelopen 8 jaar geen lijfrente-premie betaald. Reserveringsruimte: €38.000. Plus jaarruimte 2026: €4.688. Totaal aftrek: €42.688 — maar maximaal het inkomen €34.800. 4. Lijfrente-storting: €34.800 bij Brand New Day pensioenrekening (passief beheerd, lage kosten).
Cijfers per jaar:
| Component | 2025 (oude opzet) | 2026 (nieuwe opzet) | |-----------|-------------------|---------------------| | Bruto loon | €58.000 | €34.800 | | Lijfrente-aftrek | €0 | €34.800 | | Belastbaar inkomen box 1 | €58.000 | €0 | | IB box 1 (36,97%) | €21.443 | €0 | | Pensioenopbouw | €0 | €34.800 | | BV overschot voor dividend | €0 | €23.200 | | Box 2 op dividend (24,5%) | n.v.t. | €5.684 | | Totaal belasting | €21.443 | €5.684 | | Pensioenkapitaal | €0 | €34.800 |
Netto besparing 2026: €15.759 in belasting + €34.800 in pensioenkapitaal = €50.559 effectief voordeel
En dat herhaalt zich elk jaar dat Sandra de structuur volhoudt. Na 10 jaar: bijna €348.000 pensioenkapitaal + €157.000 cumulatieve belastingbesparing.
Note: dit voorbeeld vereist een geloofwaardige onderbouwing van het deeltijdwerken. Sandra's MBA + kinderverzorging vormen die basis. Voor andere DGA's kan dit anders zijn.
Valkuilen en risico's in 2026
De combinatie parttime + lijfrente is fiscaal sterk, maar er zijn vier scherpe valkuilen waar veel DGA's in trappen.
1. Substanceloze deeltijd De Belastingdienst heeft in 2025 expliciet aangekondigd dat deeltijd-DGA's in 2026 en 2027 vaker zullen worden gecontroleerd. Wie 40% deeltijd opgeeft maar in praktijk continu beschikbaar is, riskeert: naheffing IB + 4% rente per jaar + eventueel boete tot 50% van het verschuldigde belasting.
Mitigatie: vooroverleg + sluitende urenadministratie + arbeidscontract + geloofwaardige tweede activiteit.
2. Afroommethode bij omzetafhankelijke BV Voor BV's waar de DGA de enige operator is en de winst direct samenhangt met DGA-uren, zal de Belastingdienst de "afroommethode" toepassen: het loon wordt afgeleid uit de winstpotentie. Een 60%-deeltijd-claim is dan moeilijk te verdedigen als de BV €200.000 winst draait.
Mitigatie: alleen relevant voor BV's met meerdere medewerkers of duidelijke delegatie.
3. Reserveringsruimte verkeerd berekend De reserveringsruimte mag uit de afgelopen 10 jaar worden ingehaald, maar niet uit jaren waarin de DGA geen ondernemer was. En specifieke jaarcaps gelden per jaar (afhankelijk van pensioenstand op die datum). Verkeerd berekenen leidt tot weigering van de aftrek.
Mitigatie: FINEO's adviescentrum berekent de reserveringsruimte automatisch op basis van loondossier en eerdere stortingen.
4. Lijfrente-product met te hoge kosten Niet alle lijfrente-producten zijn gelijk. Sommige verzekeraars rekenen 1–2% per jaar aan kosten, wat de pensioenopbouw aanzienlijk uitholt over 20 jaar. Brand New Day, Bright Pensioen en BinckBank-pensioen rekenen ~0,3–0,5% per jaar. Het verschil over 20 jaar op €350.000 pensioenkapitaal: €50.000–€80.000.
Mitigatie: vergelijk lijfrente-aanbieders op kostenstructuur, niet op marketing.
Hoe FINEO deze optimalisatie automatiseert
Voor DGA's die de combinatie parttime + lijfrente willen toepassen, biedt FINEO's Adviescentrum een geautomatiseerd analysepad:
Stap 1: Optimum-berekening FINEO leest het BV-jaarcijfers + DGA-loonadministratie + UPO + persoonlijke situatie. Het berekent het optimale gebruikelijk loon (vergelijking 3 maatstaven), de jaarruimte voor 2026, en de reserveringsruimte van de afgelopen 10 jaar.
Stap 2: Onderbouwingsmemo voor vooroverleg Als de DGA voor parttime kiest, genereert FINEO automatisch het vooroverleg-memo met: - Onderbouwing van deeltijdfactor - Vergelijking met meest vergelijkbare dienstbetrekking - Verwachte loon-belasting impact - Voorstel voor goedkeuringstermijn
Stap 3: Lijfrente-aanbiedersvergelijking FINEO toont een vergelijking van vier toonaangevende lijfrente-aanbieders op: kostenstructuur, beleggingsopties, garanties, flexibiliteit. De DGA kan kiezen op basis van eigen voorkeur.
Stap 4: Jaarlijkse monitoring FINEO bewaakt: - Of de daadwerkelijke uren overeenkomen met de voorovereengekomen deeltijdfactor - Of de lijfrente-storting binnen jaarruimte + reserveringsruimte blijft - Of de ontwikkelende winst van de BV de afroommethode-grens niet overschrijdt - Of bij eventuele controle een sluitend dossier beschikbaar is
Stap 5: Boekhouding-integratie De parttime-loonbetaling wordt automatisch verwerkt in de Loonjournaalpost. De lijfrente-betalingen worden gerapporteerd in de IB-aangifte met correcte aftrekposten. Geen handmatige Excel-spreadsheets meer.
Voor de meeste DGA's scheelt deze optimalisatie €15.000–€20.000 per jaar in belasting + cumulatieve pensioenopbouw, met een tijdsinvestering van ~3 uur per jaar voor de DGA zelf.
Beslis-checklist: is parttime + lijfrente iets voor mij?
Beantwoord deze 8 vragen om te bepalen of de combinatie parttime + lijfrente bij jouw situatie past:
✓ 1. Werk je daadwerkelijk minder uren dan een fulltime baan? Of kun je dat realistisch maken (parallel-werkgever, studie, mantelzorg, kinderverzorging, etc.)?
✓ 2. Zijn er meerdere medewerkers of duidelijke delegatie in je BV? Dat maakt deeltijd-onderbouwing eenvoudiger.
✓ 3. Is de winst van de BV niet direct gekoppeld aan jouw uren? Bij omzetafhankelijke MKB-BV met DGA als enige operator past de afroommethode beter.
✓ 4. Heb je in de afgelopen 10 jaar onbenutte jaarruimte voor lijfrente? Dan is de reserveringsruimte een grote bonus.
✓ 5. Heb je een werknemerspensioen? Zo ja, factor A is hoog en de jaarruimte zal lager uitkomen. Werknemerspensioen ineigen pensioenfonds: ja, telt mee. Een werknemerspensioen via verzekeraar voor DGA: ja, telt mee.
✓ 6. Heb je dividend-uitkeringscapaciteit in de BV? Het lager loon levert overschot op dat als dividend kan worden uitgekeerd tegen 24,5% box-2 (lager dan 36,97% IB box 1).
✓ 7. Wil je actieve pensioenopbouw via lijfrente? Of geef je voorkeur aan vermogen in box 3 of vastgoed?
✓ 8. Ben je bereid vooroverleg te voeren? Zonder vooroverleg loop je controle-risico's. Vooroverleg geeft 1–2 jaar zekerheid.
6+ vragen met "ja" → de combinatie is fiscaal gunstig voor jou. 3–5 vragen met "ja" → mogelijk, met scherpe onderbouwing. ≤2 vragen met "ja" → huidige standaard-route waarschijnlijk passender.
FINEO's adviescentrum stelt deze vragen automatisch op basis van je werkelijke loondossier en jaarcijfers — inclusief een gepersonaliseerd jaarbedrag aan potentiële belastingbesparing.