Jaarruimte berekenen als DGA (2026): de formule en een voorbeeld
24 juli 2026 · 7 min leestijd
Wat is jaarruimte?
Je jaarruimte is het bedrag dat je dit jaar fiscaal aftrekbaar mag inleggen voor je oudedag via een lijfrente — een lijfrenterekening (banksparen), lijfrentebeleggingsrekening of lijfrenteverzekering. De inleg trek je af in box 1, dus je bespaart nu inkomstenbelasting; je betaalt pas belasting als de lijfrente later uitkeert. Voor het complete overzicht van je pensioenopties zie [pensioen opbouwen als DGA](/boekhouding/kennis/pensioen-opbouwen-dga-bv).
Benut je je jaarruimte niet, dan schuift het onbenutte deel door naar je [reserveringsruimte](/boekhouding/kennis/reserveringsruimte-lijfrente-dga) — die je tot tien jaar terug alsnog kunt inhalen.
De formule
De jaarruimte volgt een vaste formule:
Jaarruimte = 30% × premiegrondslag − 6,27 × factor A
Twee begrippen: - Premiegrondslag = je bruto inkomen (voor een DGA: je gebruikelijk loon) min de AOW-franchise. In 2026 is die franchise € 19.172. Het maximale inkomen dat meetelt is € 137.800. - Factor A = je pensioenaangroei bij een werkgever in het vorige jaar, af te lezen van je Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Voor de jaarruimte van 2026 gebruik je factor A met peildatum 31 december 2025.
De maximale jaarruimte in 2026 is € 35.589.
Waarom de DGA hier meestal gunstig uitkomt
De meeste DGA's bouwen géén pensioen op bij een externe werkgever — sinds 2017 kan opbouw in eigen beheer ook niet meer. Dan is factor A nul, en valt de aftrekpost uit de formule weg. De berekening wordt dan simpel:
Jaarruimte = 30% × (gebruikelijk loon − € 19.172)
Je [gebruikelijk loon](/boekhouding/kennis/gebruikelijk-loon-dga-2026) stuurt dus rechtstreeks je pensioenruimte: hoe hoger je DGA-salaris, hoe meer je aftrekbaar mag inleggen (maar ook hoe meer loonheffing je nu betaalt — het hoort in dezelfde afweging als je salaris-dividendkeuze).
Rekenvoorbeeld
Stel: je neemt als DGA een gebruikelijk loon van € 80.000 en bouwt geen extern pensioen op (factor A = 0).
- Premiegrondslag = € 80.000 − € 19.172 = € 60.828 - Jaarruimte = 30% × € 60.828 = € 18.248
Bij het maximale meetellende inkomen van € 137.800 kom je uit op de bovengrens: 30% × (€ 137.800 − € 19.172) = € 35.588, oftewel de maximale jaarruimte van € 35.589. Meer dan dat kun je in één jaar niet aftrekken — maar onbenutte ruimte uit eerdere jaren haal je apart in via de reserveringsruimte.
Zo benut je het
1. Bereken je ruimte — of laat het rekenen; de Belastingdienst toont je jaar- én reserveringsruimte via het Hulpmiddel lijfrentepremie in Mijn Belastingdienst. 2. Stort vóór 31 december op je lijfrenterekening of -verzekering; de aftrek telt in het kalenderjaar van de storting. 3. Trek af in je aangifte inkomstenbelasting en bewaar de berekening.
Let op: lijfrente-inleg staat vast tot je pensioen — vroeg opnemen kost belasting plus revisierente. Stort dus geen geld dat je BV of jij op korte termijn nodig hebt, en houd de [€ 500.000-leengrens](/boekhouding/kennis/excessief-lenen-eigen-bv) in het oog. Dit is een indicatief overzicht op basis van de regels van 2026, geen fiscaal advies — laat een grote inleg doorrekenen.
FINEO rekent met je mee
Je jaarruimte hangt af van je gebruikelijk loon, en of storten loont van je winst en cashflow — cijfers die FINEO realtime bijhoudt. FINEO verwerkt lijfrentestortingen correct in je administratie en signaleert richting jaareinde wanneer er fiscale ruimte blijft liggen. Bekijk het op de [functiepagina](/functies).